Ik kijk uit naar mij tweede bezoek aan Iran met spanning en nieuwsgierigheid. Zou het net zo zijn als de vorige keer? Ik had moeite met het genieten van al de pracht van wat het land te bieden heeft omdat het gebrek aan vrijheid zo tastbaar was.
Hette en ik hebben een verontrustende nacht achter de rug. Dogubayazit ligt aan de rand van Koerdisch gebied en dat is te zien in het straatbeeld. Overal politie, zwaarbewapend en militairen. Wat een verschil met vier jaar geleden. Vannacht zijn we beiden tot drie keer toe opgeschrikt door geweerschoten, die dat blijkt de vanmorgen, kwamen uit het centrum van het stadje. Ben ik blij dat we hier op de camping hoog op de berg zitten!
We breken onze tenten op en rijden door het belegerde plaatsje. Gauw weg hier. Op de weg naar de grens worden we links geflankeerd door de berg Ararat, bekend van het verhaal van de ark van Noach. Imposant staat hij daar met een met poedersuiker besprenkelde top.
Bij de grens gaat alles relatief gemakkelijk en na tweeënhalf uur rijden we Iran binnen. Op naar Tabriz waar we later op de dag Sofie en Jo gaan treffen. Zij zijn 10 dagen eerder vertrokken en komen via Georgië en Armenië Iran binnen.
De rit verloopt opmerkelijk soepel, wat een verschil met vier jaar geleden. Geen aanhoudingen bij controle posten nauwelijks militairen en politie op de straat, heerlijk! Ik merk, dat ik weinig herken. De situatie was destijds behoorlijk gespannen, mede gecreëerd door ons zelf moet ik achteraf bekennen; Wij wilden zo snel mogelijk Iran uit.
Het is toch al wel laat in de middag als we na enig zoeken het park midden in de stad weten te vinden waar we gewoon gratis ons tentje op mogen zetten. Iets wat ik destijds niet wist, maar je kunt hier fantastisch kamperen in de parken. Een raar idee hoor, kamperen midden in de stad. Er zijn zelfs douche en toilet voorzieningen.
Onze tenten staan nog maar net als ik het geluid van motoren hoor naderen. Sofie en Jo zijn gearriveerd. Ik ben zo benieuwd! We kennen elkaar alleen maar via facebook waar we contact hebben gezocht toen we zagen dat we dezelfde plannen hadden. Sofie en Jo zijn al jaren bezig met het plannen van deze reis en dat is dan ook wel te zien aan hun uitgekiende uitrusting en motoren. Het is even onwennig maar al gauw nemen onze magen de leiding over en zijn we onderweg naar het stadscentrum. Het is inmiddels al na 20:00u. We nemen een taxi naar de bazar, die al aan het sluiten is en dat is gelijk ook het enige wat we van Tabriz gaan zien. Het eten is heerlijk, we genieten zichtbaar van het voedsel en de ambiance. Zittend op de grond bij de lage tafeltjes komt het Azië gevoel er goed in.
De volgende morgen breken we op tijd op en gaan richting de bergen. Eén van mijn wensen voor deze reis. En het wordt beloond. Wat is het hier prachtig. De bergen zijn zanderig en kaal, iets wat ik normaliter niet zo mooi vind, maar door het zonlicht veranderen ze steeds van kleur. Erg imposant. Ook gaan we eindelijk van de gebaande wegen af. Heerlijk zo’n stukje on-geasfalteerd.

Als we aan het eind van de middag in Heshajin aankomen waar we stoppen om te tanken, krijgen we opeens een uitnodiging om bij een familie te overnachten. De dochter, Etham, blijkt wat Engels te spreken en we hebben de indruk dat pappa (Berbood) het wel een goed idee vindt voor zijn dochter om haar Engels wat bij te spijkeren. Hun huis ligt twee straten verder, een mooi ruim huis met ommuurde tuin, waar we onze motoren veilig kunnen wegzetten. Met het gezin komt een man mee naar binnen, die bij wat verder vragen zegt ook familie te zijn. Hij spreekt redelijk Engels maar zijn manier van vragen neigt naar het onbeleefde. Echt ongemakkelijk voelen we ons erbij. Berbood stelt voor om de omgeving te laten zien en alhoewel we eigenlijk behoorlijk moe zijn van de hele dag rijden in de warmte (de zon schijnt weer volop en het is rond de dertig graden), stemmen we in. Er volgt een onbesuisde rit van meer dan een half uur in de twee auto’s naar de rivier, waarbij we het imponerende landschap aan ons voorbij zien gaan. We komen uit in een klein dorpje, zo’n armoedig dorpje met lemen huisjes en ik voel mij een beetje raar als ik hier doorrij. De familie vindt het allemaal heel normaal om de armoede van dit dorp te doorkruizen in hun ‘luxe’ auto’s. We komen bij de rivier en worden meegenomen voor een wandeling die eindigt in een soort van boomgaard. Overal staan meibomen met hun al rijpe vruchten. Ik had ze nog nooit gezien en had de vruchten nog nooit geproefd totdat Bulent in Trapzon mij er op wees. Daar zitten we dan op de zand met klei vermengde bodem in een boomgaard thee te drinken zonder enig uitzicht op de rivier.
Weer thuis gekomen na een rit vol wedijver om de snelste auto gaat moeder aan de slag om ons iets te eten te geven. Het is inmiddels al 22:00. Eindelijk vertrekt de vervelende man met zijn onbeleefde vragen en de sfeer veranderd acuut. We lachen eten praten, maken foto’s en na een douche gaan we met z’n vieren in de gastenkamer die voor ons is klaargemaakt als slaapvertrek.
Als we de volgende ochtend vragen waar we sim cards kunnen krijgen worden we na een overheerlijk ontbijt voorgereden naar de betreffende winkel. Vader koopt voor ons allemaal een sim card, wat nog wel even wat papierkraam met zich mee brengt en een meute aan aandacht van de plaatselijke bevolking. Het eindigt in fotosessies, handtekeningen acties en Hette ontkomt niet aan een voetbalmatch op de computer: Ajax tegen Iran. En dan, eindelijk, om 11:00u nemen we afscheid van de lieve familie. Wat een hartelijkheid.
Ons plan van vandaag is dat wat we gisteren ook al hadden: wildkamperen en Sofie heeft op de kaart een groot meer ontdekt wat op de route ligt. O wat heb ik zin om weer in mijn tent te slapen! Weer volgt een dag door prachtig landschap met hier en daar wat off road stukjes. Het is echt genieten. Als we bij het meer aankomen steekt er vrij plotseling een heftige wind op. Langs het maar rijdend wordt het steeds erger en de vlagen bereiken makkelijk een windkracht twaalf. Sofie ziet een weggetje wat ons naar beneden langs het water kan brengen en slaat wat plotseling af. Op het moment dat Hette die voor mij rijdt haar volgt komt er weer zo’n vlaag. Hette wordt omgeblazen en ik, die vlak achter hem zit moet mijn bocht verscherpen waarbij ook ik de motor niet meer overeind kan houden. Gewoon met motor en al word ik omver geblazen vlak bij de afgrond naast mij. De motor blijft nog net boven liggen maar ik tuimel de afgrond in. Ik voel meteen dat er niks ernstigs aan de hand is en laat mij langzaam remmend naar beneden glijden totdat ik stillig. Meteen sein ik naar boven dat alles ok is. Het moet voor Jo, die achter mij reed, een afschuwelijk gezicht geweest zijn mij zo in het ravijn te zien verdwijnen. Sofie is inmiddels weer boven en het is wel duidelijk: Het wordt niks met wildkamperen vandaag. Baal! Nog geen tien minuten later, als we de bocht omgaan richting de stuwdam, komt er weer zo’n windstoot. Sofie en Jo zijn er al voorbij, Hette redt het nog net, maar ik word weer volledig omvergeblazen. Er is geen houden meer aan. Mijn motor ligt op de grond. Er stopt een auto naast mij met twee mannen die kijken en niks doen. Niet al te vriendelijk vraag ik of ze mij alsjeblieft willen helpen. Eén van de mannen stapt uit, helpt mij met het optillen van de motor maar de wind is zo hard, dat ik weer omgeblazen word. Zelfs met zijn tweeën houden we het niet en weer moet ik schreeuwen om de andere man uit zijn auto te bewegen om te komen helpen. We duwen de motor naar de overkant van de weg waar het iets beschutter is en ik meer kans heb om tegen de wind in te sturen en dan eindelijk lukt het mij om weg te komen. Zwaaien naar mijn helpers laat ik maar even achterwege.
We vinden een hotel in Rodbar waar het lukt om nog wat van de voor ons eigenlijk veel te hoge prijs af te krijgen en houden het voor gezien voor vandaag. Morgen gaan Hette en ik naar Tehran en Sofie en Jo willen naar Isfahan doorreizen.
We zijn net een uurtje onderweg als de motor van Jo kuren begint te krijgen. We stoppen. Hij slaat telkens af. Nog maar een keer proberen. Maar nee, al na een paar honderd meter gaat Jo al weer aan de kant. Er volgt een sleutelsessie waarbij een tarp tussen de motoren spannen om wat schaduw te creëren. Het is behoorlijk heet. Het blijft een mysterie en na wat gesleutel gaan we verder. Inmiddels onder begeleiding van twee jonge mannen op hun brommers. Ze brengen ons naar de dichtstbijzijnde plaats waar ze een garage voor ons vinden.
Inmiddels heb ik Ahmad, een vriend die ik heb leren kennen tijdens de vorige Iran doortocht en ons heeft uitgenodigd om bij hem te overnachten in Tehran, op de hoogte gesteld van onze pech. Hij geeft aan onze kant op te komen. Eer uurtje rijden. Tegenhouden kan ik hem niet, hij klinkt vastbesloten. Omdat het vermoeden is, dat de haperingen veroorzaakt worden door vervuilde benzine, wordt alles schoongemaakt. Tijdens deze actie arriveert ook Ahmad en neemt meteen de leiding. Hij spreekt een beetje Engels, blijkt wel iets van motoren te weten en kan ons dus geweldig bijstaan. Wat een plek om elkaar weer te ontmoeten… Het is sowieso wel een vreemde situatie. Marika en ik hebben Ahmad tijdens een van onze overnachtingen ontmoet in het hotel waar we verbleven en waar ook hij met zijn Chinese gasten logeerde. Hij heeft ons destijds uitgenodigd om mee te gaan naar een restaurant en we belandden in een interessant gesprek, voornamelijk over de toestanden in het land. Sindsdien zijn we in contact gebleven via Facebook (wat eigenlijk verboden is hier, maar via een VPN app ontvangen kan worden). Na lang gesleutel gaan we de weg op, maar ver komen we niet. NA veertig kilometer staan we weer stil. Het gaat niet meer. De motor moet op transport. Inmiddels heeft Hette’s motor soortgelijke verschijnselen. Ik hoop niet dat hier een epidemie uitbreekt! Het wachten duurt lang. Hier is geen ANWB die je kunt bellen in dit soort gevallen. Je moet alles zelf regelen. Dat doet Ahmad, met hulp van een voorbijganger uit deze regio dan ook en eindelijk komt er een van de vele blauwe kleine pickupjes aan gereden. Een imposante man, duidelijk onderbroken in zijn karate training stapt uit. Sofie en ik zijn direct onder de indruk. De motor gaat in het blauwe wagentje en eindelijk kunnen we verder, nu met z’n allen richting Tehran. Het is een gedoe. Ahmad is het niet helemaal gewend om volgers te hebben, we raken hem kwijt gelukkig heeft de karate man nog telefonisch contact en weten we uiteindelijk het appartement van ahmad te bereiken waar we onze motoren in de bewaakte parkeergarage kwijt kunnen onder het appartementencomplex. We zijn duidelijk in de betere buurten van Teheran beland en het marmer glimt ons tegemoet.
Uitgeput wacht ons nog een lange avond waar onze gastheer zijn uiterste best doet om het ons zo goed mogelijk te laten gaan. Er komt zelfs nog eten op tafel zo tegen 23:00u. We maken kennis met het wat andere dagritme van de Iraanse bevolking.
De dagen erna staan in het teken van ongekende gastvrijheid en behulpzaamheid en voor Sofie en mij wachten. De tweede dag zijn we gevlucht uit het marmeren paleis en de stad ingegaan op zoek naar een afristbroek en het weer in orde krijgen van de niet functionerende simcard die we van de familie in Heshajin hadden gekregen. Het is een rara ervaring om met de metro te reizen, waar de dames een aparte afdeling hebben. Je hoeft niet hoor, maar als je gewoon op je gemak wilt reizen is het wel het fijnst. Al die verborgenheid onder kleding en hoofddoek schijnt de nieuwsgierigheid nog eens extra te prikkelen. Het lukt uiteindelijk om er twee actief te krijgen. Hette en ik hebben pech en moeten het zonder internet doen. Het lukt met hulp van een plaatselijk dames kickboks groep om een broek te vinden en dat vieren we met een heerlijk versgeperst sapje.
De motor van Jo blijkt serieus kapot. Op korte termijn kan hij niet gemaakt worden. Hette’s motor is nagekeken. Bij hem blijkt het wel echt iets met de benzine te zijn geweest. Hette en ik besluiten dan ook om op dag drie verder te gaan. We moeten onze deadline voor de grensovergang met Turkmenistan op maandag de zesde juni halen en hebben nog vier dagen om daar te geraken. Sofie en Jo besluiten met de bus naar Isfahan te gaan en in alle rust hun vervolg te overdenken. We hebben inmiddels met z’n vieren in de korte tijd toch al heel wat meegemaakt en het afscheid valt zwaar. Ik hoop zo dat het probleem met Jo zijn motor snel wordt opgelost.
We zijn nog geen paar kilometer onderweg of Hette zet zijn motor langs de kant. Hij valt weer uit. Balen. Na kort overleg rijden we door naar Semnan waar we een hotel zoeken en van daar zullen onze wegen zich scheiden tot aan de grens van Turkmenistan. Hette heeft besloten om de gok te wagen om Turkmenistan via de kortste route te doorkruizen en gaat nu ook via de kortse route naar de grens. Ik wil heel graag naar het Golestan National Park. Eigenlijk zie ik ook wel even naar uit om weer in mijn eentje te reizen. Het klinkt erg ondankbaar, maar soms is al die goedbedoelde gastvrijheid en aandacht echt te veel. Ik werd aan het einde ook behoorlijk lichtgeraakt toen ik niet eens de eieren op mijn manier mocht bakken en ze kapot moest slaan op de rand van de pan in plaats van met een mes, zoals ik dat thuis altijd gewend ben. Vrijheid is een ruim begrip, dat heb ik wel gemerkt in de afgelopen dagen. Hier in Iran mogen de mensen veel niet en doen het toch in het geniep, dat is vreselijk, ik zou niet met ze willen ruilen, maar ik ben er achter gekomen dat wij in ons eigen Nederland ook behoorlijk onder de plak zitten van de bureaucratie. Als ik denk aan mijn eigen situatie in de bijstand waar je om de paar maanden je hele hebben en houden op tafel moet leggen… En hier met de enorme behoefte aan hulp soms tot het opdringerige aan toe, ervaar ik deze bijna overdreven gastvrijheid eigenlijk ook niet echt als vrij. Even weg van alles, even kamperen in mijn eigen stulpje!
Als ik de snelweg verlaat, beland ik weer in de bergen en de omgeving wordt mooier en mooier. Tijdens een van mijn stops vraag ik naar een geschikte kampeerplek en wordt verwezen naar een park vlak voor…. Plotseling zie ik een groot bord wat er duidt dat ik op de juiste plek ben aangekomen en sla rechts af naast mij loopt een rivier en al gauw zie ik families langs de kant van de weg tussen de bomen picknicken. Ik rij verder en het asfalt houdt op. Opeens gaat de weg onder in de rivier. Een zeer onverwachte waterdoorwading staat mij voor. Poeh, Hier ben ik niet op voorbereid. Maar aan de andere kant wacht een camping dat heb ik al gezien. Na wat afkijken van de plaatselijk jeugd op hun brommers voor de juiste doorwadingsplek verzamel ik moed en kom, natuurlijk zonder problemen aan de overkant. Direct links is de ingang van een gecultiveerd park waar je je tentje kunt opzetten. De mensen hier hebben allemaal zo’n popup tentje, grappig om te zien. De kampeerplek is nu behoorlijk rustig. Een paar families zitten op de grond genietend van hun picknick. AL gauw word ik voorgesteld aan de eigenaar. Ik mag op zijn balkon staan. Las ik uitleg dat dat niet gaat omdat ik haringen i de grond moet zetten, krijg ik een ander mooi plekje onder een boom, iets boven de rest van het terrein. Douchen en zo mag ik in zijn huis. Ik ben zijn gast. Zijn dochter blijkt Meriam te heten, een naam die in de Islam zoiets voorstelt als Maria in de bijbel. Velen reageren dan ook verheugd als ik mijn naam noem. Het is een grappige situatie. Ik word uitgenodigd voor het diner: verse vis van de grill en tijdens het wachten amuseren Meriam, haar tante (de duidelijk jongere zus van moeder) en ik nog met een conversatie via google translate. En er volgt zelfs een soort van danssessie waarbij Meriam mij kennis laat maken met haar favoriete Iraanse muziek. Zelf moeder (die jonger is dan ik, maar wel tig jaar ouder lijkt) doet mee. Dan is de vis klaar en genieten we gemeenschappelijk van een heerlijk maal. O wat zal ik heerlijk slapen in mijn tentje.
Ik heb besloten om langzaam aan te doen. Wil wat schrijven en lezen. Even genieten van de rust. Inmiddels zijn alle baterijen ook wel weer leeg (Go Pro, Fototoestellen, Laptop). Mijn zonnepaneel heb ik inmiddels al een paar keer ingezet en werkt uitstekend. Ik kan direct alles laden of via de powergorilla powerbank.
Onderweg naar mijn ontbijtje krijg ik van een gisteravond gearriveerde groep studenten de uitnodiging om met hun mee te gaan de jungle in. Zo noemen ze het gebied hier. Gaaf! Ik verontschuldig mij bij de familie, voel mij echt shit om hun ontbijtje af te slaan maar nu wil ik even voor mijzelf kiezen. We lopen langs het riviertje omhoog en komen bij en plek waar de rivier wat groter wordt. De groep besluit om door de rivier omhoog te klimmen en klauteren, een soort van Canyoning maar dan stroom opwaarts. Het is een vreemde maar tegelijk ook geweldige belevenis om met je kleding aan door de rivier te kruipen. Denk even aan de Iraanse kledingvoorschriften: van top tot teen bedenkt, wat hier trouwens luchtig wordt opgevat. De dames in de groep dragen allemaal sportieve kleding en de hoofddoek gaat bij de meesten af bij deze actie. Dit is echt genieten. Ik moet eigenlijk het meest lachen om de spontane fotosessie die er hier ontstaan. Er wordt werkelijk om de meter gestopt om elkaar op de foto te zetten. Als we echt niet verder kunnen, gaan we terug en vervolgen het pad via vaste grond naar boven. Bij een van de kleine afdalingen glij ik uit en verdraai ik mijn enkel. Ik hoor het knappen en weet meteen dat het niet goed is. Even blijf ik zitten. Dan geef ik aan dat ik terug moet, maar dat blijkt niet duidelijk. We gaan weliswaar naar beneden, maar niet de goede kant op. NA een kwartietje als ik door heb, dat we verder gaan en niet terug, zeg ik, dat ik hier wel op ze wacht en echt niet verder ga. Op dat moment komt er een stel langs en biedt aan mij mee te nemen terg naar de camping. Ook zij hebben niet door dat mijn voet serieus pijn doet en we belanden in de rivier, die we naar beneden vervolgen totdat we op het punt komen waar al eerder de passage te moeilijk bleek in de andere richting. Terug dus… Met de lieve hulp van mijn begeleiders beland ik na een toch wel pijnlijke toch terug op de camping, waar inmiddels de hel is losgebroken: het is mudje vol en dat zal ik weten. Continu wagen nieuwsgierigen zich omhoog om met ij op de foto te gaan. Ik ben het zo zat! Ik wil gewoon even mijn boek lezen zonder enge bemoeienis van wie dan ook. Ze komen gewoon bijna de tent binnen!
Het is lastig pakken met mijn voet, maar gelukkig weet ik dat er alleen banden gescheurd zijn, er is volgens mij niks gebroken. Ik heb een tapeconstructie aangelegd en kan mijn voet goed belasten. Met hulp van de campingeigenaar krijg ik alles op de motor en na een heerlijk ontbijtje rijd ik de camping af, door het water terug naar de hoofdweg en op weg naar de laatste stop in Iran: Het grensstadje Sarakhs.
De rit voorloopt spoedig. Ik kijk uit naar een dagje echt niks doen en misschien even mijn blog bijwerken. Het eerste deel is best saai. Het mooie landschap heeft plaatsgemaakt voor een vlakke zandvlakte met hier en dar wat begroeiing. Sinds een paar dagen is de temperatuur ook behoorlijk gestegen. Het wordt makkelijk ond de 35 graden. Mijn coolvest, wat ik sinds het binnenkomen van Iran nu steevast onder mijn pak draag begint het er moeilijk mee te krijgen. Inmiddels heb ik wel zo’n beetje alle temperaturen meegemaakt en ik kan echt zeggen, dat mijn KLIM pak het geweldig doet! Het was een gedoe om een passend pak te vinden en ja, een goretex pak is ook wat duurder dan een gemiddeld motorpak, maar het is het dubbel en dwars waard!
Een kilometer of veertig voor Mashad, bij een van de korte stops treft ik een groepje mannen met wie ik aan de praat raak. Ik wordt uitgenodigd voor de lunch. Mijn haastige gevoel van op tijd willen zijn heb ik al een paar dagen geleden aan de kant gezet want een ding ben ik achter gekomen: plannen heeft geen zin. Het loopt steevast anders dan verwacht. Ik neem dan ook graag deze uitnodiging aan. De mannen leiden mij naar een restaurant wat ik nooit zou vinden. Via een tunneltje gaat er een hobbelweggetje naar de andere kant van de rijbaan en komen we uit in een soort van oase. Buiten staan ronde banken waar je op kunt zitten om te eten. Er wordt dan in het midden een stukje plastic gelegd om het tapijt niet te veel te bevuilen en de traditionele ronde kussen zijn ook weer paraat. Het eten is heerlijk en ik kan eerlijk zeggen dat dit het lekkerst is wat ik in tijden heb gegeten. DE heren dringen aan op nog een kopje thee en nog een, maar ik moet toch wel een beetje op de tijd letten. Volgens hun ben ik pas over vier uur in Sarahks en ik denk dat twee uur ook mogelijk is. Ik stap weer op de motor en vervolg mij reis door het saaie landschap. Pas bij Mashad wordt de omgeving weer wat interessanter en komen de heuvels. Er ligt een gloednieuwe ringweg (tolweg) rond Mashad en die besluit ik te nemen. Ik mag gewoon doorrijden bij de tolpoortjes en kom vervolgens op een riante zesbaansweg uit, helemaal leeg. Als ik in de dertig kilometer 10 auto’s ben tegengekomen is het veel!. Lekker doorscheuren zo. Aan het eind van de tolweg komt een prachtig stuk door de bergen. En dan ineens gaat mijn benzine lampje branden. Chips, mijn 2e tank loopt (weer) niet over in de hoofdtank. Ik doe beide doppen open in de hoop dat ontluchting de verandering gaat brengen, maar helaas. Ik kom door een dorpje met een tankstation maar dat ziet er verlaten uit. Nog geen tien kilometer komt ik stil te staan. Dit is zo stom: mijn tweede tank is nog best vol, maar k kom niet verder. Ik probeer een auto te stoppen. De mensen zijn duidelijk een stuk stugger hier. Uiteindelijk krijg ik een liter benzine van een brommerrijder die aftapt van zijn tank en heeft er iemand de politie gewaarschuwd die mij tegemoet komt rijden als ik ven omgekeerd en mijn gelukt ga proberen bij de voorbijgereden benzinetank. Van de politie krijg ik ook nog eens 1,5 liter en word onder begeleiding naar de benzinepomp geleid. Die blijkt dus wel open te zijn. Ik tank vol met mijn bijna laatste geld en vervolg mijn weg naar Sarakhs waar ik om 19:00u arriveer met een uur vertraging. Zou dus normaliter de ‘weddenschap’ met de mannen gewonnen hebben!
Nu de zoektocht naar onderdak. Het is simpel: er zijn twee hotels. Eentje vrij duur de ander heeft geen veilige plek voor mijn motor. Dan komt oplossing drie: Een voorbijganger, blijkt een leraar Engels te zijn die op de universiteit werkt, brengt mij naar het leer des heils, waar ik gratis kan overnachten in volgens mij hun gebedsruimte. In die ruimte is het prima toefen: er staat een giga Airco en dat is geen overbodige luxe.
Het sanitair van het rode kruisgebouw laat een andere kant zien, evenals de gang: kakkerlakken. De eerste keer dat ik die beesten IRL tegenkwam was ik totaal in paniek, maar dat is dan ook al een jaar of twintig geleden in Turkije. Nu kijk ik er na en hoop alleen dat ze uit de gebedsruimte blijven en stap onderwijl onder de douche, nog geen meter afstand van mijn nieuwe huisgenoot.
Het voelt toch raar hier. Ik blijf hier vannacht wel maar ga toch morgen wat geld spenderen aan het duurdere hotel Hette komt ook, dat kunnen we wel delen. Ik wil iig een beetje kunnen relaxen en dat is het hier niet. ’s Avonds komt de Mohammed, de man die mij hierheen heeft gebracht nog langs. Ik heb niks met zijn manier van ondervragen en zeg dat ook. Heb het gevoel of ik bij de politie zit voor een verhoor. Hij verontschuldigt zich en zegt dan iets zachter dat hij echt leraar is en niks moet hebben van de politiek hier. Als ik daar verder op in ga merk ik dat hij het meent en er volgt een uitwisseling van culturen waarbij hij verbaasder is dan ik. Ze denken echt hele rare dingen over West Europa. Alles mag en kan en iedereen is rijk. Mijn voormalige salaris als docent wordt ingeschat op twee maal de hoeveelheid en ondertussen maak ik mij ernstig zorgen over de studenten die van hem Engels krijgen. Het is bar slecht. Hij begrijpt veel niet.
Zondag de negende juni trek ik uit het Rode Kruis gebouw. Eerst naar het dorp op de motor, op zoek naar een slangetje, zodat ik zelf mijn tank kan uitslurpen als hij weer eens niet doorloopt, en ik wil wat te eten inslaan voor straks in het hotel. Dan naar het Hotel, waar ik gister al wat van de prijs heb afgekletst, aar het toen voor mij alleen nog te duur vind. Hette heeft ingestemd en niet veel later betreed ik het imposante hotel. Dat imposante duurt tot de voordeur, daarna gaat het zienderogen achteruit. De kamer is ronduit een aanfluiting (als je verwacht wat de buitenkant belooft). Maar ja. Weinig keus. Hette arriveert in het begin van de middag. We zijn beiden gespannen over het verloop van de volgende dag: de grensovergang naar Turkmenistan. Nieuw land voor mij. Een uitdaging die ik alleen mag aangaan. Hette’s motor protesteert nog steeds. We gaan nog samen naar Mary en dan gaat Hette rechtstreeks naar Turkmenabad, de grens over op 10 juni, want dan gaan onze visa van Uzbekistan pas in. Ik ga via Ashgabat en Derweze, dwars door de woestijn, om het hellevuur te bewonderen.
Onze laatste avond in Iran. Sarakhs doet het geen eer aan. De mensen zijn een stuk onvriendelijker, geslotener, niks van wat wij hebben beleefd in de rest van het land.
Mijn ervaringen in Iran zijn duidelijk anders dan de vorige keer waar het gebrek aan vrijheid duidelijk voelbaar was. Het is er nog steeds niet hoor, maar er is een lichte verandering merkbaar. De opheffing van de boycot door de USA blijkt een positieve uitwerking te hebben. Had ik niet verwacht. Blijkbaar treft een boycot de bevolking meer dan de politiek.
Vrijheid is een raar woord en de werkelijkheid van vrijheid nog vreemder. Er zijn blijkbaar zoveel uitingen van vrijheid.

English









































Recente reacties