Ontmoetingen

Waar ik het meest naar uitkijk, naast de mooie landschappen, is mensen ontmoeten. Het is eigenlijk raar. In Nederland wemelt het van de mensen en blijkbaar moet ik dus zo’n enorme tour uithalen om ‘mensen te ontmoeten’. Toch is er iets anders. Het is alsof ik tijdens een reis in een andere modus schakel. Misschien omdat ik kwetsbaarder ben? In ieder geval geniet ik intenser van ontmoetingen en schijnt het makkelijker om in korte tijd een dieper contact met anderen te maken. Ach, ik ben natuurlijk ook een voorbijganger, iemand die je ‘later’ toch niet meer tegenkomt, dan is het denk ik makkelijker om persoonlijk te worden.

 

Tijdens de HU Germany was ik te moe om mij in te stellen op anderen. Was blij dat ik even een beetje kon bijkomen. Toch was het samenzijn met Jens (de organisator) en zijn familie bijzonder te noemen.

Mijn reis gaat echter verder en mijn eerste doel: ergens richting de Donau. Dat heb ik plotseling bedacht. Ik hou van water, rivieren en het volgen van een rivier is een mooi doel. Geen idee waar het mij brengt. Gezien het late vertrek start ik het eerste stuk over de snelweg om toch mijn doel, de Donau, een beetje te kunnen bereiken. Snelwegen vind ik niks. Zeker niet met deze motor, alhoewel het mij honderd procent meevalt. Als ik in de buurt van de Donau kom, sla ik af en vervolg mijn weg richting Regensburg. In Ingolstadt vind ik het mooi geweest. Ik stop bij een Mac D (wil hier toch niet al te veel reclame voor maken, maar ze hebben nu eenmaal steevast overal wifi) alwaar ik op mijn Iphone op zoek ga naar een camping in de buurt. Er is er één, net buiten de stad, liggend in het groen. Ziet er veel belovend uit. Als ik de camping nader kom ik terecht in een industriegebied wat er nou niet bepaald gezellig uitziet. Ik zou hier geen camping verwachten. Het duurt tot op het laatste ogenblik totdat ik mij weer gerust voel. Bij het inrijden van de toegangsweg naar de camping ontvouwt er zich een groene oase. Nu nog wifi, dan kan ik mijn al geschreven bericht posten. Ik word vriendelijk onthaald, er is plek zat, maar geen wifi. ‘In het restaurant’, zegt de dame bij de receptie. Maar ook daar heb ik pech, het is dicht vandaag. Ik vind een mooi plekje vlak bij het toiletgebouw en dicht bij het meertje waaraan de camping ligt. De tipi is snel opgezet. Wat een heerlijkheid: acht haringen, één stok en klaar! Ben zo blij met al die ruimte alhoewel het wel wat ruimte inneemt op de motor. Een alternatief wat ik bij de HU Germany zag, is een kleinere binnentent. Mocht ik het pakvolume echt een probleem gaan vinden, dan is dat het overwegen waard.

 

Mijn maag knort. Bij de receptie was niet echt veel voedsel te verkrijgen, maar bij het rondrijden op de camping zag ik een gebouwtje, een soort van kantine aan het water staan waar volgens mij wel wat verkrijgbaar schijnt te zijn. De Blauwe Lagune heet het. Origineel J. Het is vast in de glorie dagen een geweldige tent geweest. Doet denken aan een strandtent, maar nu ziet het er wat vervallen uit. Buiten zitten op één andere vrouw na alleen mannen, horende in de omgeving die ik al eerder aantrof bij het doorrijden van het industrieterrein. Ze zitten vol enthousiasme te kaarten met een potje bier voor hun neus.

 

2016-05-10 Camping Ingolstadt 1 2016-05-10 Camping Ingolstadt 6

2016-05-10 Camping Ingolstadt 2 2016-05-10 Camping Ingolstadt 3 2016-05-10 Camping Ingolstadt 7

 

Ik loop naar binnen waar ik niemand aantref en ga er dus maar vanuit dat de gastheer buiten te vinden moet zijn. En ja hoor, Klaus staat inderdaad bij de heren druk in gesprek . Hij wordt vriendelijk doch dringend van mijn aanwezigheid op de hoogte gesteld. Ik bestel een thee, wat geloof ik niet helemaal past ik deze ambiance, en vraag of ik nog iets te eten zou kunnen krijgen. Klaus trekt de koelkast open en tovert een bos worsten tevoorschijn. Is dit wat? Ik vind het prima en even later zit ik heerlijk te genieten van twee worsten met mosterd en brood. Alles gaat er in, ik heb honger! Als ik bijna klaar ben, komt één van de mannen naast mij zitten en stelt zich voor als Uwe. Hij stelt de geijkte vragen: wat doe je hier en wat ga je nog naar toe en als ik antwoord dat ik onderweg ben naar Mongolië verandert zijn blik. Vind ie stoer! Hij blijkt ook motor te rijden en al gauw wisselen we onze levenservaringen uit. Uwe is vrachtwagenchauffeur, heeft inmiddels al het een en ander meegemaakt (net als de meeste mensen moet ik eerlijk toegeven). Het is opmerkelijk dat hij vrij snel zijn diepste zielenleed vertelt: gescheiden en daardoor (te) weinig contact met zijn kinderen. Ik zie de pijn in zijn ogen. Een warme hart heeft deze man, dat voel ik. Natuurlijk zal hij zijn makken hebben. Tijdens ons gesprek komt er een oudere Turkse man bij ons staan. De mannen die zitten te kaarten lijken ook allemaal van Turkse afkomst aan hun accent te horen. Uwe vertelt de man wat ik voor heb waarop hij wegloopt en met een handvol wegenkaarten terug komt. Die mag ik hebben, voor onderweg. Wat lief. Denkende aan de berg kaarten die ik al bij mij heb en het feit dat deze kaarten vrijwel allemaal regionale kaarten zijn, neem ik de kaart van zuid Duitsland er uit en dank de oudere man hartelijk. Het is tijd om mijn tent op te zoeken. Het eten doet zijn werk, ik begin slaperig te worden. Van Uwe neem ik met een omarming afscheid.

 

Bij mijn niet zo geliefde wegrestaurant waar ze wel wifi hebben, heb ik meteen ook maar even de weerverwachtingen bekeken voor de komende dagen. Het voorspelt niet veel goeds. Regen, regen en nog eens regen op het traject dat ik voor ogen had te gaan rijden. Ik besluit de Donau te laten voor wat het is en naar Slovenië te rijden. Daar weet ik een camping te vinden waar ik al een paar keer eerder ben geweest en waar een soort van hutje op het camping terrein staat. Als het gaat regenen dan leg ik daar mijn matje in. Camp Soca heet de camping aan de gelijknamige rivier in het gelijknamige plaatsje. De rit er heen is prachtig. Wel eerst weer even een stukje snelweg tot Kufstein, waarna ik afsla richting Kitzbühel en verder binnendoor naar Villach. Mooie weg dwars door de bergen! De zon is inmiddels wel verdwenen en het slechtere weer dient zich aan. Om bij Soca te komen rijd ik via Italië en dan naar ‘beneden’ via een kleine pas. Hier krijg ik het gevoel ver weg te zijn van de mensenmassa. Ik heb het niet echt behaaglijk meer, maar ondanks dat kan ik genieten van het landschap. Ik verbaas mij altijd weer hoe de omgeving zich kan veranderen als je een landsgrens passeert. Van het Oostenrijkse vriendelijke ‘gepflegte’, naar het rommelige oude bijna vervallen Italiaanse. Slovenië heeft naar mijn mening het beste van beide werelden. Ik ben een groot fan van dit land en zeker deze streek.

 

Na een prachtig bochtig parcours langs de Soca kom ik aan op de camping. Het wordt geleid door een familie en de vader, die weinig buiten de grenzen spreekt, vangt mij op. Er is geen tent te zien op het kampeerterrein. Niet vreemd met dit weer. De regen dreigt. Ik heb eigenlijk weinig zin om mijn plan uit te voeren om hier wat langer te blijven en nog minder om de tent op te zetten. Dan moet ik hem nat inpakken. Na wat overleg wordt mij een caravan aangeboden. Die heeft dan wel weer wat Italiaans moet ik eerlijk zeggen. Hij is al tijden niet gebruik, ziet er ook zo uit. Hier ben ik blijkbaar nog niet aan toe. Ik rijd mijn rondje over de camping en besluit om mijn eerdere idee van het hutje (aan de voorkant open) te opperen en dat is geen probleem, dat mag ook. Niet lang daarna ligt mij matje in de hut en alles bereid om te gaan slapen. Het is echter pas 19:00uur en ik heb trek. Een kop thee en een pizza wordt het. Ik weet dat hier wel wifi is en bereid onder het genot van de pizza mijn bericht voor om op de site te zetten, natuurlijk tussen doorkijkend op FB en berichtjes sturend naar het thuisfront. Ik ben nog niet helemaal weg.

 

2016-05-10 Camp Soca 2  2016-05-10 Camp Soca 4 IMG_2350

 

Mijn plan om langs de Kroatische kust te trekken laat ik, na het zien van de weersvoorspellingen nu helemaal varen en besluit zo snel mogelijk naar Turkije te rijden. De weg gaat over de Trenta Pas, een geweldige uitdaging voor elke motorrijder: negenenveertig bochten waarvan meer dan de helft over keitjes. Voor mij een uitstekende oefening om mijn nieuwe ‘brommer’ beter te leren kennen. Zoals altijd maak ik er een ‘rijles’ van. Elke bocht zo netjes mogelijk, de netheid steeds meer opvoerend. Eerst mag ik nog een beetje buiten de lijntjes kleuren, maar al gauw dwing ik mijzelf om de bochten steeds strakker te nemen. Eitje met deze motor. Pffff, ik ben gerustgesteld. Bij de HU Germany heb ik het verschil nog even mogen ervaren in gewicht tussen deze motor en mijn trouwe Buffel toen ik Marika’s motor wat wilde verzetten. Wat een verschil. Ik voel mij ondanks alles nog steeds een beetje schuldig dat mijn 1150GS zo alleen in de donkere garage staat. Stom toch, dat ik een motor bijna als persoon zie!

 

Het enige wat mij nog zorgen baart zijn mijn voortassen. De tassen zelf gaat nog wel, maar de ophanging is nog niet ideaal. Ik zit net met mijn knieën tegen de tassen en dat vind ik niet optimaal. Ook ben ik bezorgd om de kwetsbare plastic delen waar ze tegenaan hangen. Ik ben bang dat die kapot gaan als ik een keer val en dat is niet aan te bevelen omdat de radiator mee bevestigt zit aan deze delen. Inmiddels heb ik de snelweg bereikt en begin ik te prakkiseren hoe ik dit probleem kan oplossen. Ik heb een soort van voorbagagedrager nodig, zoals bij voortassen op een fiets. Geen makkelijke uitdaging.

Als ik onderweg stop om iets te eten, ik ben inmiddels in Kroatië en voorbij Zagreb beland, raak ik in gesprek met een Kroaat die erg goed Duits spreekt. Het is een man van in de zeventig die in Duitsland gewoond heeft, maar nu weer terug is gekeerd naar zijn geboorte streek. Hij verteld dat hij vlak bij de Donau woont en dat er regelmatig lange afstandsfietsers bij hem voorbij komen en in zijn tuin de tent opzetten. Hm, denk ik, klinkt niet slecht. Als hij dan ook nog vertelt dat hij technisch is opgeleid en nu vanuit Duitsland een auto heeft meegebracht om op te knappen en daarna te verkopen, ben ik nog alerter! Geen tien minuten later heb ik een uitnodiging op zak en een belofte om naar mijn bagagerek probleem te kijken. ‘Met mijn ervaringen moet dat geen probleem zijn’, zegt hij. Hij gaat alvast op weg omdat hij niet zo snel kan rijden met de krakkemikkige auto en ik kom na. Als ik hem zie, rijd ik achter hem aan naar zijn huis. Pode, zo heet hij, stopt in ….. om mij de Donau te laten zien. Prachtig! Wat is het toch een machtige rivier. Breed en snel stromend, vrachtschepen hebben moeite om tegen de stroom in te komen. En langs het water wandelen mensen, ook genietend van het uitzicht.

Nog geen dertig kilometer verder staat zijn huis, groot, wit met gigantische schuur. Zijn grond grenst aan de Donau. Hij zegt een soort van boomhut te hebben gebouwd aan het water, maar is nu te moe om het mij te laten zien. Dat kan ik mij voorstellen na zo’n lange rit.

 

Bij aankomst komt zijn vrouw Anna naar buiten. Staat zij even raar te kijken als ze mij ontdekt! Toch begroet ze mij hartelijk, doch nog een beetje gereserveerd. Binnen krijg ik een kop thee en we raken in gesprek. Langzaam komt het vertrouwen bij Anna dat ik goed volk ben en begint te vertellen. Pode rookt als een ketter en gaat meteen weer (in het restaurant langs de snelweg ook al) aan het bier. Het is duidelijk dat er weinig sprake is van een evenwichtig huwelijk. Anna werd begroet met een handdruk en kijkt niet bepaald blij naar de drink en tabak gewoontes van haar man. Pode had mij al iets verteld (toen ik er naar vroeg) over de oorlogstijd alweer 20 jaar geleden en ook Anna spreekt vrijuit over deze tijd. Wat een ellende hebben deze mensen meegemaakt. Ze hebben voor de oorlog een aantal jaar in Duitsland gewoond en zijn teruggekomen omdat Pode dat wilde. Hij als enig zoon werd thuis verlangt. Anna ging met tegenzin mee. Nog geen paar jaar later, nadat ze dit grondstuk hadden gekocht en er hun paleisje op hadden gebouwd moesten ze vluchten. Alles is kapot geschoten en leeggeroofd. Hun kinderen, toen inmiddels studerend, konden veilig worden ondergebracht in Zagreb en Anne en Pode zijn teruggegaan naar Duitsland om de studie van de kinderen te kunnen bekostigen. Toen het weer enigszins ging, zijn ze teruggekeerd en konden van voor af beginnen met bouwen. Alles kapot. Als Anna er over verteld, zie ik de verslagenheid. Hoe vreselijk moet het zijn om alles te verliezen wat je met hard werken hebt opgebouwd. Pode is zichtbaar op. Hij rommelt wat aan met auto’s opknappen, maar ook bij hem weerspiegelt de ellende van toen nog op zijn gezicht.

Toen we van de snelweg afreden en in de kleinere dorpjes kwamen, werd ik net als een jaar of tien geleden geconfronteerd met de kapot geschoten huizen en de over proportionele begraafplaatsen met heel veel te nieuwe glimmende grafstenen. Ik ben vrij gevoelig voor sferen en al rijdende door deze streek langs de grens met Servië (aan de andere kant van de Donau) werd ik misselijk van de bijna tastbare ellende die hier jaren gelden heeft afgespeeld. Het verhaal van Pode en Anna maakt het beeldend.

 

2016-05-12 Kraotie P&A 2 2016-05-12 Kraotie P&A 6 2016-05-12 Kraotie P&A 4

 

Inmiddels heeft Anna ons voorzien van soep en een maaltijd van soepvlees en groente. Ze blijkt jarenlang kok geweest te zijn en zowel in Duitsland als hier in Kroatië een grote (school)kantine te hebben gerund. Ik heb alle keus waar ik kan slapen. De schuur valt al snel voor mij af, omdat de honden daar ook kunnen komen. Ik denk na over mijn tent, maar krijg ook het aanbod om één van de kamers te gebruiken. Het valt mij zwaar om dit aan te nemen. Ik voel mij bijna een profiteur, maar Anna overtuigt mij en niet veel later lig ik in een warm en zacht bed na een heerlijke douche.

 

De volgende ochtend word ik hoopvol wakker. Zou het Pode lukken om een frame te maken voor mijn voortassen? Hij klonk zo zelfverzekerd daar in het restaurant langs de snelweg, maar gisteravond heb ik een andere man leren kennen. Ik heb zo mijn twijfels.

Mijn motor staat warm en droog in de gigantische schuur onder begeleiding van een oude tractor en paardenkar. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik aan de inhoud van de schuur niet kan afleiden dat er hier grote dingen staan te gebeuren. Pode laat zich niet veel zien, verdwijnt en Anna maakt niet bepaald een positieve indruk over haar man. Het is duidelijk dat ze hem duldt, ze maakt zich nog wel zorgen om hem, maar dat is het dan ook. Ze heeft in ieder geval geen hoge pet op van zijn knutselkunsten.

 

2016-05-12 Kraotie P&A 1

 

Als ik in de schuur kom, zie ik dat Pode wel al naar de motor heeft gekeken en niet veel later komt ook hij binnen met een vriend en een net gekocht zakje met bouten. Hij laat zien wat hij in gedachten heeft en dat geeft mij niet bepaald veel hoop. Ik geef aan wat ik in gedachten heb, maar daarvoor ontbreekt duidelijk het benodigde materiaal. Pode komt aanlopen met een stuk metaal, een rails voor een verstelbaar wandsysteem, om daar wat van te fabriceren, maar dat sla ik resoluut af. Ik haak het idee af dat ik vandaag mijn zo fel begeerde bagagerek ga krijgen en moet dit nu nog voorzichtig bij Pode overbrengen. Hij wil het zo graag voor mij regelen. Zijn vriend heeft het ook al opgegeven en samen weten we Pode er van te overtuigen dat het geen schande is dat het niet gaat lukken. Het is een lastige klus.

Het is tijd om te gaan. Anna laat mij echter niet zonder uitgebreid ontbijt vertrekken: brood met spiegeleitjes en chorizo, waarbij ik direct aan Marika moet denken J Ik laat het mij heerlijk smaken.

 

Het is inmiddels 11:30uur als ik weg rijd. Het regent dan al enige tijd. Ik vervolg mijn weg nog even langs de imposante Donau voordat ik afsla richting de snelweg. Inmiddels regent het al aardig door. Mijn doel: Sofia. Bij de Kroatisch- Servische grens raak ik in gesprek met de grenswachter. Hij ziet de visa in mijn paspoort, vraagt naar mijn reisdoel en wordt direct enthousiast. Of ik wat met Boeddhisme heb. Zekers. Nou hij ook! Zijn ogen lichten op als hij er over spreekt. Even vergeet ik dat hij een de grens bewaakt in uniform van het Servische leger.

 

Het fijne van motorrijden is het contact met alles wat om je heen is: de geur, de wind, het uitzicht. En als het even niet zo florissant is, dan kan ik zo heerlijk wegdromen in mijn helm. Met dit slechte weer komen mijn dromen over het wonen op een boot ophoog. Ik zie mijzelf zitten buiten in de zon met het geluid van kabbelend water en zie de bootjes voorbij komen. In Oostenrijk heb ik een interessant schip ontdekt en in gedachten ben ik het al aan het opknappen. Raar toch! Je zou denken dat ik droom over de landschappen van Mongolië, maar nee hoor. Om mij heen verandert de omgeving snel. Het wordt met de kilometer ‘armoediger’ (vanuit mijn westerse blik gezien) en ik merk, dat ik het nog niet helemaal trek. (misschien daarom mijn mijmeringen aan Nederland op mijn boot?). Mijn verlangen naar schoon en netjes is nog overheersend aanwezig. Het gaat te snel, de reis terug in de tijd (zo voelt het). Ik nader de Bulgaarse grens, de snelweg houdt op en ik mag een groot stuk tweebaansweg rijden naast de nieuw aan te leggen snelweg. Dit resulteert in een vieze bende en al gauw ziet mijn motor (en ik) er uit alsof ik uren lang off road gereden heb. Een beetje te snel naar mijn mening gaat het benzine lampje aan en er is in geen velden of wegen een tankstation te bekennen. Afslaan dan maar, een dorpje in. Na wat rondvragen in gebarentaal vind ik een tankstation en kan mijn reis weer voortzetten. Ik heb als doel gezet om morgen minder dan zeshonderd kilometer te hoeven rijden. Dat betekent dat ik rond Sofia aan een slaapplaats moet zien te komen. Een camping wordt het zeker niet met dit weer. Ik ben inmiddels zeiknat, gelukkig alleen van buiten. Mijn KLIM pak doet het uitstekend. Wat ben ik daar blij mee zeg! Ondanks het snertweer voel ik mij prima en besluit Sofia voorbij te rijden. De laatste keer dat ik hier was, moesten we hier overnachten omdat Marika’s motor problemen had. We hebben destijds in een geweldig hotel overnacht met nog indrukwekkender restaurant en om eerlijk te zijn, zou ik daar ondanks dat het eigenlijk veel te duur is, graag overnachten. Ik weet allen niet meer waar het is en hoe het heet… Doorrijden dan maar. Inmiddels voert mijn Garmin mij dwars door de binnenstad, Dat herinner ik mij anders. Er ligt hier een prima rondweg, maar ach, zo zie ik in ieder geval nog iets van de schitterende gebouwen in het centrum. Bij het zien het Grand Hotel droom ik over een uitnodiging om daar de nacht te mogen doorbrengen. De werkelijkheid is anders. Het wordt later en later en het begint te schemeren. Ik heb inmiddels Sofia al weer achter mij gelaten en het enige positieve is, dat de kilometers naar Turkije lekker aftikken. Maar ik vind het welletjes. Bij het eerste het beste tankstation wat ik tegenkom stop ik en vraag naar een motel. Twintig kilometer verderop schijnt er wat te zijn. Ben benieuwd wat ik ga aantreffen. Ik heb van alles langs de kant van de weg zien staan onderweg. Van heel oud en shabby tot super modern. En ja hoor na twintig kilometer arriveer ik bij een prima uitziend motel een soort van Ibis. Tot mij verbazing staat er naast de ingang een motor geparkeerd, duidelijk van een reiziger. Hoewel ik nieuwsgierig ben is er voor mij echter nu maar één ding belangrijk: eten, douche, bed. (hm dat zijn er drie). Het wordt een lauw warm broodje van het tankstation, een prima bed in een wat lichtjes naar rook ruikende kamer met zeer schone badkamer. Moe, slapen.

 

De volgende morgen bij het ontbijt wacht mij een verrassing: De eigenaar van de andere motor is ook net gearriveerd in de eetzaal. Ik schuif aan en tot onze grote verbazing blijkt ook hij naar Mongolië onderweg. Hubert, zo heet hij, heeft echter beperkt tijd, maar twee maanden. Hij blijkt al heel wat afgereisd te hebben, een prettig gezelschap. Dat gevoel blijkt wederzijds te zijn en we besluiten samen naar Istanbul te rijden. Hij zoekt daar een hotel en gaat morgen de stad bekijken, ik rijd door naar Kumkoy ook wel Kilyos genoemd naar de mij wel bekende camping Mistik aan de zwarte zee. Hubert rijdt met zijn 250cc Yamaha voorop. De Turkse grens nadert, de eerste grens met visum en strakkere grenscontrole. Er komen weer visioenen in mij op van de vorige keer toen ik alles moest uitpakken. Wat was ik kwaad toen. Niet zozeer om het feit dat alles uit de koffers moest, maar wel dat ik daarbij alles op het asfalt moest leggen Ik vond het totaal respectloos.

 

Nu staat mij weer wat te gebeuren. Hubert vertelde bij de laatste stop, dat hij wat angst had of hij de grens over mocht omdat zijn verzekeringspapieren pas morgen ingaan. Verzekeringspapieren. Chips, die zitten onder in mijn tas, hoop ik althans. Alles gaat goed tot op de laatste controle. Ja hoor: ik moet ze toch echt laten zien. Tas open dan maar en direct staat er al een beambte naast mij in mijn tas te gluren. Hubert moet ook zijn tas openen. Ik vind de papieren gelukkig redelijk snel. De beambte geeft aan dat ik dat eerst maar moet afhandelen maar dan bij hem terug moet komen. Ik voel de bui al hangen. Ik vrees het ergste en dan valt het gelukkig toch mee. We kunnen door. Na de grens staat er meteen een grote moskee, waar de aankondigingen voor het middaggebed al hoorbaar zijn. Er is een grote toeloop. Hubert en ik parkeren bij de moskee en strikken iemand om een foto van ons te maken. We nemen al vast afscheid. Wat was dit leuk zeg.

2016-05-13 Naar Istanbul 5

Het is nog drie uur rijden volgens mijn Garmin. Het weer wordt mooier, het wordt warmer, maar de rit is behoorlijk saai. Snelweg en oninteressante landschap. Eigenlijk wil ik in één ruk doorrijden maar voel mij wat slaperig. Hubert blijkt hetzelfde te hebben en slaat af bij een wegrestaurant. Goed idee. Toch nog een keer samen eten. Het is een typisch Turks restaurant en we laten ons verrassen met de keuze van de kok: Köfte (een soort gehakt), een tomaten salade en verse geitenkaas (bijna yoghurt) en een zoet dessert na. Ik weet niet precies hoe ik het moet omschrijven maar het was heerlijk. mij Voor de tweede keer nodigt Hubert mij uit (vanmorgen ook al koffie met iets zoets) onder het mom van: jij moet nog zo lang. Tja… wat moet ik daarop zeggen.

 

Weer volgt er een afscheid en in Istanbul scheiden onze wegen definitief. Een gevoel van eenzaamheid overspoelt mij, maar wordt al snel verdrongen door de opkomende verkeerschaos. Het staat ram vast. Ik zie aan de rechterkant van alles over de vluchtstrook schieten: politieauto’s, wegenwacht, busjes maar ook brommers en motoren. Ha, dat kan ik ook. Tot twee keer toe moet er zelfs een politieauto voor mij in de remmen, maar laat alles gemoedelijk toe. Het is inmiddels aardig warm en ik ben dan ook blij dat ik na een half uurtje de drukte kan verlaten. De weg naar de Zwarte Zee kust gaat door buitenwijken aaneengeregen met kleine dorpjes. Steile weggetjes, bochtig, het is behoorlijk oppassen hier. Het is soms zo stijl, dat ik er niet aan moet denken om op zo’n helling te moeten stoppen. Tot twee keer toe schiet ik aan de rechterkant langs de rij auto’s om dat te voorkomen. Maar dan nader ik Kilyos en herken de weg naar de camping. Net als de vorige keer zit de oude man, de baas van de camping bij de ingang op zijn stoel met zijn hond naast hem. Nog steeds spreek hij geen woord over de grens, maar ik begrijp dat ik overal mag gaan staan. Er staat nog één ander tentje, ik heb het voor het uitzoeken. Ondanks de armoedige staat van de camping vind ik het heerlijk hier: zonnig, warm, rust. De tent staat weer binnen no time en al gauw heb ik de weg naar het terras langs het water gevonden. Met wifi  en nee geen Mac D :). Even (een paar daagjes) bijkomen.

2016-05-15 Kilyos 2 IMG_2358 IMG_2354

 

 

WP2Social Auto Publish Powered By : XYZScripts.com