Menu +

Vluchtig Kirgizië

Het is inmiddels dinsdag 28 juni, ik heb mij net aangesloten bij Fabi, Basti en Denis (Threesome with Twins) en we zijn onderweg van Karakul Lake naar Kirgizië. Eigenlijk had ik aan het meer willen overnachten maar kon de mannen niet weerstaan. De weg is, sinds ik uit de Wakhan vallei ben, eigenlijk goed te noemen. Asfalt met af en toe wat gaten. En het uitzicht blijft fantastisch. We rijden langzaam weg van het meer en gaan richting de grens. Het is nog maar 40 kilometer. De heren rijden allemaal op een beduidend zwaardere motor als dat ik heb en dat merk ik als ik hun probeer bij te houden. Ze zijn veel sneller, mijn motor heeft ook nog eens wat problemen met de hoogte en ik denk, dat de benzine nog steeds parten speelt. Ik kom niet boven de 90 – 95kmh uit. In het begin houden ze nog wel wat in, maar de drie-eenheid verdwijnt al snel uit het oog. Het is mooi om te zien hoe ze op elkaar ingespeeld zijn. Mij maakt het niet zo veel uit, ik zie ze wel aan de grens. Zover komt het niet. Niet veel later veranderd de situatie en komen we weer ‘off road’ te rijden. Nu ben ik duidelijk in het voordeel. Met twee vingers in de neus rij ik achter ze aan, hopend, dat ze de gashendel ook nu wat meer open trekken. Grappig om te merken. Mij schiet een fragment uit ‘The long way round’ voorbij waar Ewan McGreggor en Charley Boorman al zwoegend door Mongolië rijden en Claudio von Planta op zijn veel lichtere motortje de beide mannen met gemak lachend en filmend voorbij rijdt. Ik kan het dan ook niet nalaten om bij een stop tegen Fabi te zeggen, dat ie best een beetje mag doorrijden, waarop hij mij verbaasd aankijkt. Inmiddels rijden we weer de hoogte in, de grens ligt op een pas. Het is genieten om hier te rijden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

2016-06-28 Murghab - Kirgizie 0998 2016-06-29 Tash Koroo - Osh 1002

Tajikistan zijn we relatief snel door, wel heb ik voor het eerst geld betaald voor een snellere grenspassage, maar ja, ik sluit mij nu even aan bij de meerderheid. Ze doen het hier ook wel tricky: Volgens hen missen we een document. Daar klopt natuurlijk niks van, maar je staat toch even raar te kijken. De grap is dat ze een document laten zien wat er zo mooi en officieel uit ziet, veel mooier dan dat wij ooit hebben meegekregen.

Na de grensovergang volgt een ellenlang stuk niemandsland met redelijk ruig terrein voordat we de grensovergang van Kirgizië bereiken. Hier ook weer de gebruikelijke papierkraam. We moeten weer wat betalen, maar nu voor documenten waarvan ik uitga dat het een verzekering is. Dat is zo lastig als je elkaar niet goed kunt verstaan en alles in het Russisch vermeld staat. Het invullen van de documenten neemt weer gauw een uurtje in beslag maar dan kunnen we verder. Weer een ander land en weer verandert de sfeer acuut als we de grens over gaan. Een paar kilometer na de grens, als we de pas wat verder afdalen, zie ik yurts (Mongoolse ronde tenten) staan en lopen er nog meer kuddes van schapen, geiten, koeien en yaks rond dan in Tajikistan. De nomaden zijn kleurrijk gekleed en hebben duidelijk Mongoolse trekken. Kindjes met door de zon verbrande bruine gezichtjes. Hun huid is bijna gebarsten. Als we ergens stoppen om op Basti te wachten die een paar foto’s heeft genomen, komt er een groep kinderen naar ons toe. Helemaal enthousiast. Ze zijn behoorlijk assertief en doen hun uiterste best om te communiceren. Eén van hen spreekt zelfs wat Engels. Hij gaat naar school in Osh en dat is toch behoorlijk ver weg. De rest gaat naar een plaatselijke school, ook zijn even oude vriendje. Het verschil is echt merkbaar. De Jongen die in Osh naar school gaat, leest zonder moeite de plaatsnamen op die er op de kaart staan en kan er een relatie mee leggen, dat in tegenstelling tot de andere kinderen. Ze zijn allemaal even trots en ondeugend, ik mag dat wel.

2016-06-29 Tash Koroo - Osh 1006 2016-06-29 Tash Koroo - Osh 1003 2016-06-29 Tash Koroo - Osh 1010

De weg is weer goed begaanbaar, dat betekent dat ik de drie heren al snel weer uit het oog verlies. We passeren een soort yurt dorpje, waar duidelijke Shamaanse invloeden zichtbaar zijn. Ik zou daar graag stoppen, maar ja, dan weten de drie racers niet waar ik uithang. Vandaag verkies ik dus zonder problemen hun gezelschap. Er komen vast nog wel meer gelegenheden om aan mijn spirituele interesses tegemoet te komen.

Het wordt al laat, we hebben benzine nodig en geld en eten voor vanavond. In Sary Tash, de eerste plaats na de grens, hebben we niks van dit alles gevonden, maar Gulcha, een wat grotere plaats, hebben we in zicht. En ja hoor, daar is een bank. Helaas kan ik ook hier niet terecht met mijn eurocard en moet dus even op de zakken van Denis teren, die wel kan pinnen. De tanks van de motoren worden gevuld en ook aan onze buikjes wordt gedacht. Gepaard met de nodige inkopen vertrekken we in de richting van Osh. Het begint al te schemeren dus zijn we direct op zoek naar een goede kampeerplek. Basti duikt opeens in een bocht van de weg af en niet veel later staan we op een stuk land, tussen de bomen aan een riviertje. Ideaal! Eindelijk kan mijn tent weer eens uit de tas. Het wordt weer in de schemer mijn tent opzetten. Als het dan echt donker is en de tenten net staan, krijgen we bezoek. O, o denk ik. Maar gelukkig valt het mee. Eigenlijk moeten we weg, maar uiteindelijk mogen we dan toch blijven staan. Pffff. Fabi is al druk bezig om zijn benzine brander aan de praat te krijgen, wat niet lukt, dus haal ik mijn spullen uit de tas en zorg voor het benodigde vuur. De spaghetti staat op en de blikjes gaan open. Ik had sinds Iran nog twee blikjes spaghettisaus bij mij, destijds ingekocht met de plannen om te gaan kamperen aan het meer, wat helaas door de gigantische wind stoten onmogelijk werd. Ook had ik nog een pak Spaghetti wat door een tweede wordt aangevuld en dan komen de recente inkopen uit de plastic zak: blikjes vlees, mais, olijven en een courgette.

In het pikkedonker zitten we daar dan. Het is inmiddels over 22:00u als we ons bord op schoot krijgen. Lekker dat het is! Er wordt nog wat na gekletst en dan hou ik het voor gezien. Het is wel duidelijk: ons dagritme ligt wat anders. Dit zijn echte nachtkrakers en ik ben een ochtend mens.

Midden in de nacht word ik wakker door vreemde geluiden. Wat is dit! Paarden, ik hoor overal paarden om mij heen en eentje wel heel dichtbij. Ik vind het maar niks. Het is stik donker, weet ik veel of die paarden mijn tent zien. Straks lopen ze er dwars overheen. Blijkbaar ben ik toch in slaap gevallen, maar ben om 07:00u klaarwakker. Mijn blaas meldt zich. Als ik de tent open doe, zie ik inderdaad allemaal paarden en iets verderop staan twee mensen: vader en zoon. Als ze mijn hoofd uit de tent zien komen, lopen ze direct op mij af. Nee, denk ik, nu even niet en ga snel de tent weer in waar ik mij heel stil houd. De twee lopen luidruchtig lang mijn tent, hopend op een teken van leven, maar ik reageer niet. Dan lopen ze verder naar de tent van de mannen, die slapen echt nog en ook daar geen reactie. Ik probeer weer in slaap te komen, al wel wetend dat ik voorlopig weinig tekenen van leven kan verwachten uit de andere tenten. Maar ik moet zo nodig! Ik hou het niet meer. Er ligt een lege waterfles in de tent. Daar kan ik wel wat mee. Ik snij het bovenste deel er af en laat mijn blaasinhoud de fles in lopen. Dat lucht op! Nu oppassen dat ie niet omvalt 😉

Om negen uur sta ik dan toch echt op. Goede timing want op hetzelfde moment roert zich ook iets in de andere tent. Nu komen we er niet onderuit en moeten we het gesprek aan gaan met de familie, de vrouw is inmiddels ook gearriveerd. Zij hebben hun kudde hier op het land staan. De merries en veulens zitten vast aan een ketting, de vrouw is bezig ze te melken. Ook nu hebben we ook weer geluk en vinden ze het  geen probleem. Ze zijn alleen enorm nieuwsgierig en dat is dan ook wel weer leuk. Ik had wat schroom om de vrouw te fotograferen toen ze aan het melken was, maar nu ik zie, dat zij overal van willen weten en zelf alles vastleggen met hun mobieltje (ziet er nog steeds raar uit hoor, nomaden met een GSM), haal ik ook mijn camera tevoorschijn. Voor de melkfoto’s ben ik dan al te laat.

2016-06-29 Tash Koroo - Osh 1011 2016-06-29 Tash Koroo - Osh 1013

Onder toeziend oog pakken we alles in en gaat de snickers die gisteren ook bij de inkopen zaten als ontbijt naar binnen. Nu moeten we hier nog uit zien te komen. De paarden blokkeren ons pad, we zullen een andere optie moeten bedenken. De motoren worden in de juiste richting geduwd, ik sta vooraan en mag dus als eerste de nieuw bedachte route gaan uitproberen. Hmm, best wel even spannend, maar die spanning bleek voor niks, want zonder problemen tuf ik de weg op. Nog een keer zwaaien naar de familie en verder gaan we. Fabi, Basti en Denis gaan naar Bishkek om daar hun visum voor China aan te vragen. Zij gaan met China Overland georganiseerd door China, iets wat ik ook in de planning heb. Hun traject is mij aangeboden en het is leuk om te weten wie nu die drie andere motorrijders zijn, maar ik vind de route niet zo aantrekkelijk: van noord naar zuid van Mongolië naar Laos, waarbij er veel tijd wordt doorgebracht in steden en daar heb ik niks mee. Ik wil door Tibet. Mijn optie om terug te gaan vanuit Mongolië naar Kirgizië wordt steeds aantrekkelijker. Zo kan ik door Tibet naar Laos.

Maar afijn, ik heb de knoop nog niet helemaal doorgehakt en wil eerst naar Osh om mijn motor een servicebeurt te geven. Vandaag volgt er dus weer een afscheid. Net zoals gisteren ben ik de drie musketiers al weer snel kwijt. Mijn mijmeringen van gisterochtend, toen ik mij zo verloren voelde, komen omhoog, niet negatief, ze bevestigen mijn conclusie dat het niet eenvoudig is om de ideale reispartner(s) te vinden. Deze mannen zijn echt geweldig, ik heb een super klik met ze, maar praktisch gezien matcht het voor geen meter: ons dagritme, het verschil in tempo door het verschil in motoren. Ook heb ik wel gemerkt dat ze met een wat andere instelling reizen: zij hebben liever iets betere wegen, ik vind het off road gedeelte het mooist. Zo zie je maar weer.

Nog geen zestig kilometer verder staan ze te wachten. Hier is de splitsing Osh/ Bishkek en het is lunchtijd. Terwijl we daar zo staan, komt er een oudere man op ons af. Hij loopt langs iedereen en kijkt verbaasd op als hij ziet dat ik, de laatste in de rij, een vrouw ben. Ik heb meteen een huwelijksaanzoek te pakken en een uitnodiging om te komen eten, maar die geldt voor ons allemaal ;). Hij gaat ons voor naar een groot huis, wat naast een oorlogsbegraafplaats ligt en wat in dat verband aandoet als een soort ‘bejaardenhuis’ voor militairen. Op de waranda zitten oudere mannen te schaken, het geeft een gemoedelijke indruk, alsof de tijd even stil staat. Binnen ontpopt het huis zich als restaurant. De zus van de oudere heer zwaait hier de scepter. Hij blijft mij uitnodigen en plagen, geheel tot vermaak van mijn tafelgenoten. Er wordt ons een heerlijke lunch voorgezet en nog even geniet ik van dit geweldige gezelschap. Heerlijk om gewoon jezelf te kunnen zijn.

2016-06-29 Tash Koroo - Osh 1016 2016-06-29 Tash Koroo - Osh 1017

Dan volgt weer een afscheid en weer de afspraak over het ‘open armen’ ontvangst. Waar zullen we elkaar de volgende keer treffen? We rijden de poort uit. Zij naar links, ik naar rechts. Met een beetje weemoed rij ik richting Osh, wat duidelijk dichterbij komt. De bergen wijken voor de vlakte, het wordt warmer en drukker om mij heen. Ik heb het waypoint van Muztoo in getoetst op de Garmin, de werkplaats waar ik mijn motor na wil kijken. Ik ga er vanuit dat Patrik, de eigenaar, wel een goede slaapplek weet. Osh is toch weer anders als verwacht. Het ligt in de woestijn en ik word door Garmin over kleine zanderige weggetjes naar Muztoo geleid. Het is hier weer onaangenaam warm, echt om lamlendig word je hiervan. Gelukkig is er bij Patrik in de werkplaats schaduw en een windje. Hij weet inderdaad wel een goed verblijf, zijn eigen connectie: een B&B. Ik spreek met hem af om de volgende dag langs te komen voor mijn motor. Alles prima. Er heerst een relaxte sfeer.

IMG_2540

De B&B blijkt een keurig onderkomen te zijn waar ik de voorkamer van krijg. Er zijn ook al andere gasten aanwezig. Ik tref een Frans sprekend koppel, die al jaren onderweg blijken te zijn (vanaf de tachtiger jaren). Altijd nog in dezelfde auto. En er is een Duits koppel, die net als ik op de motor onderweg zijn. Nu blijkt het eerste stel op bezoek te zijn voor het tweede dus laat ik ze even met rust. Later op de avond als alleen nog de Duitsers daar zijn, raak ik met ze aan de praat. Zij hebben al heel wat meegemaakt en zijn hier in Osh voor een reparatie aan haar motor. Wat blijkt, Clelia is aangereden in Turkmenistan, waarbij niet alleen zij, maar ook haar motor het zwaar te verduren heeft gehad. Ze lijden beiden nog aan de gevolgen daarvan. Het is een bizar verhaal. Het ongeluk gebeurde op de weg van Ashgabat naar Dashovuz, die ik ook gereden heb, dwars door de woestijn. Ze waren niet ver voor Dashovuz toen Clelia werd aangereden door een auto, die gewoon niet uitkeek. Clelia is afgevoerd in een auto naar het ziekenhuis. Een afschuwelijke plaats als ik haar verhaal mag geloven. Totaal vervallen, geen goede medische hulp voorhanden, geen medicatie. Ze zag andere patiënten door de deur die uit aan elkaar gelaste spijlen bestond creperen van de pijn. Veel konden ze niet voor haar doen. De gearriveerde politie had ook niet veel goeds te vertellen. Ze moesten zelfs een boete betalen omdat de man die hun had aangereden het verhaal had verdraaid. Omdat hun visum de volgende dag afliep, moesten ze de dag er op voor 18:00u het land verlaten. Het telefoontje met de Duitse ambassade in Ashgabat werkte extra verhelderend: Ga alsjeblieft zo snel mogelijk het land uit, als het niet anders kan zonder je spullen, maar zorg dat je voor 18:00u weg bent, anders volgt er gevangenisstraf en dat wil je hier echt niet. Ik weet niet hoe Jürgen het heeft geregeld, maar hij heeft het voor elkaar weten te krijgen om een vrachtwagen te regelen die de motor en hun spullen naar de grens heeft gebracht, met Clelia. Bij de grens mocht de vrachtwagen gelukkig het stukje niemandsland van een kilometer of drie nog afleggen en daar, voor de grens met Uzbekistan is alles afgeladen. Beiden zijn goed opgevangen en hebben langere tijd in Urgench en Khiva doorgebracht om, voor Clelia, enigszins te herstellen. Ze was bont en blauw. Jürgen is naar huis gevlogen om nieuwe onderdelen voor de motor te halen en heeft hem weer in elkaar weten te zetten. (slim plan, wetende wat ik nu weet over de pogingen om met DHL iets verstuurd te krijgen…) Helaas niet goed genoeg, want er staat weer een reparatie voor de boeg. De onderdelen hiervoor worden ingevlogen door vrienden, die besloten hebben hier vakantie houden. Zo kan het dus ook…

Ondertussen ben ik eigenlijk wel benieuwd hoe het Hette vergaat. Als ik de dag er op aan het sleutelen ben, krijg ik mijn antwoord als hij dodelijk vermoeid aan komt rijden. Hij is er, maar vraag niet hoe! Ik ben al bijna klaar met het onderhoud: olie verversen, luchtfilter schoonmaken, alles even checken, nieuwe reserveonderdelen kopen, waaronder een 21 inch binnenband. Samen rijden we naar de B&B, waar ik die ochtend van kamer ben verwisseld. Het was echt snik heet in de voorkamer en het bed was niet bepaald goed te noemen (en ik ben echt niet veeleisend). Hette krijgt een kamer en gezamenlijk eten we wat en praten we bij. Zijn motor blijft moeilijk doen, het is nu wachten op de benzinepomp.

Het weer maakt mij doodmoe, de warmte is drukkend, toch moet ik de stad in om een paar dingen te regelen. De ritssluiting van mij tanktas is kapot gegaan en er is een band van een van de achtertassen doorgeschuurd. Er is een grote bazaar, een mooie combi om die te gaan bekijken met doel. Hette gaat mee, hij heeft een nieuw t-shirt nodig. We raken elkaar al gauw kwijt en komen ieder op ons eigen houtje terug in de B&B, geslaagd in onze missies. Hette was vanmorgen al bij Patrik in de garage waar ook iemand van de Nederlandse groep was en we zijn uitgenodigd om vanavond mee te gaan naar een bier tuin. Lijkt mij een prima idee. Morgen ga ik verder en dan is dit een mooie afsluiting. Weer nemen we een taxi naar het centrum, we zijn vroeg en gaan eerst wat eten. Al lopende naar de bier tuin ontmoeten we andere genodigden, er sluiten steeds meer mensen aan. Het is een gezellige bende, ook al zal het niet snel mijn keuze zijn om met een groep te rijden. Dat hoor ik dan ook wel terug uit wat verhalen van deelnemers. Degene die ik als eerste heb getroffen in de Wakhan Vallei op de pas zit naast mij en al snel zijn we in een interessant gesprek verwikkeld. Voor mij wordt het een soort coach gesprek waarbij mijn onzekerheden over mijn toekomst ter sprake komen. Deze reis maak ik omdat ik geen/nauwelijks werk had, mijn huis heb moeten verkopen en van het geld, dat ik daarvan over heb gehouden, moet leven. Ik maak mij nog steeds zorgen over mijn thuiskomst en hoop met mijn reis wat meer klaarheid te krijgen over hoe ik verder ga. Ik heb nog geld voor een maand of vier. In de laatste maand is het de bedoeling om het leven in Nederland weer langzaam op te starten: woning zoeken via internet en mij oriënteren op werk. Nu staat mijn hoofd daar nog helemaal niet naar. Ik ben blij dat ik eindelijk wat rust in het reizen begin te vinden. In het begin wilde ik nog terug en nu wil ik meer. Ik heb besloten om naar Almaty te gaan en daar een visum voor China te gaan aanvragen. Ook heb in China Overland al gemaild, dat ik er serieus over denk om met ze mee te gaan van Kirgizië naar Laos eind augustus. Het voelt zo goed! Morgen ga ik weer verder. Een raar gevoel. Tot Osh waren mijn plannen vrij helder, de route duidelijk en vanaf morgen heb ik alle keus. Het is een blanco pagina. In mijn voorbereidingen was dit traject eigenlijk de transfer van de Pamir Highway naar Mongolië, maar ondertussen vind ik Kirgizië fascinerend.

Ik zit al vroeg op de motor. Eerst moet ik naar Djalal Abad, een mooie weg volgens de kaart en van daar begint het off road avontuur weer. Ik kijk er naar uit. De moeilijkheidsgraad is hier lager dan op de Pamir. Inmiddels heb ik geen angst meer. Ik volg al een tijdje de aanwijzingen van mijn Garmin op, als ik strand op wat eerst blijkbaar een snelweg was. Nu niet meer. Ik mag terug… Het duurt even voordat ik weer op het juiste pad zit, maar vanaf dan gaat alles gesmeerd. Net voor Djalal Abad (zo’n leuke naam, nooit gedacht dat ik er ooit nog eens zou komen) ontmoet ik een paar fietsers en een motorrijder en niet veel later nog een groepje Poolse motorrijders. We maken even kort een praatje, een gewoonte die naast gezellig vaak ook informatief kan zijn. Even gegevens uitwisselen over het komende traject en soms een tip voor een mooie verblijfplaats. De vrouw op de fiets is enthousiast om eindelijk eens een vrouw alleen onderweg te zien. Ik blijk voor haar de eerste te zijn.

Het gaat lekker. In Djalal Abad buig ik af richting Kazarman. De weg wordt weer slechter, heerlijk, dat gaat gepaard met rust en mooie omgeving. De bergen komen weer en een rivier die ik volgen kan. Tegen de avond ga ik op zoek naar een kampeerplek. Vandaag ga ik echt helemaal alleen kamperen. Het voelt geweldig. Hiervoor heb ik steeds een onprettig gevoel gehad bij het idee om ergens alleen te staan met mijn tentje. Dat is over sinds ik in Kirgizië ben. Ik kom vlak langs de rivier te rijden en dan ineens zie ik een pad richting de rivier gaan. Natuurlijk rij ik voorbij, dat gebeurt altijd, maar dan volgt er nog een. Intussen heb ik al gezien dat er niemand in de wijde omgeving te bekennen is. Ik wil vanavond niet gestoord worden door nomaden die plotseling voor mijn neus staan. Ik rij nog even verder naar de brug die een kilometer verderop is en inspecteer mijn misschien wel toekomstige standplaats. Goedgekeurd! Ik rij terug en neem het pad richting de oever van de rivier. Daarbij moet ik door wat watertjes voordat ik uiteindelijk op de zandbank kom. Wat een schitterende plek!. Ik ben ruim op tijd om mijn tent voor donker op te zetten en kan zelfs nog een maaltijd in elkaar flansen en dan nog is het niet donker. Heerlijk is het hier ondanks de regen die zich aankondigt. Onder mijn kookwerkzaamheden hoor ik regelmatig verkeer over de weg komen. Gisteren heb ik in de B&B nog twee Zwitsers getroffen die ook vandaag deze kant op zouden gaan. Ze moesten alleen nog wel hun banden wisselen. Ik zou mij kunnen voorstellen dat ze voorbij rijden of misschien ook wel deze plek zien als overnachtingsmogelijkheid. Het word een avond en nacht alleen, wat ik prima vind. Sinds gisteren voel ik mij een soort van bevrijd, ik ben trots op mijn solo overnachting aan de rivier, er is veel van mij afgevallen de laatste week. De reis kan nu echt beginnen!

2016-07-02 Osh - Kazarman 1022 2016-07-02 Osh - Kazarman 1019

Het onweert ’s nachts behoorlijk en ondanks dat heb ik mij geen moment zorgen gemaakt. Ik ben één keer even naar buiten gegaan om te kijken of het waterpeil in de rivier omhoog komt door de regen. ’s Morgens heb ik geen haast. Ik loop heerlijk in mijn nakie rond de tent die nog wel moet drogen. Als ik alles behalve de tent heb ingepakt, wordt het toch wel langzaam aan warmer. De tent is bijna droog en ik weet zeker dat ik of vanavond weer kampeer of de tent ergens kan uithangen. Hij is nog een heel klein beetje vochtig van de condens als ik hem dan toch maar inpak. Helemaal klaar voor vertrek zet ik de go pro aan, maak nog opnamen van de plek en rij terug naar de weg. Joepie! Ik voel mij fantastisch. Het is nog iets minder dan honderd kilometer naar Kazarman, een prima plek voor een brunch lijkt mij zo. Om daar te komen mag ik nog een pas over.

Het nog geen 11:00u als ik Kazarman in zicht krijg. Er wordt hier aan de weg gewerkt, waardoor ik toch nog een uitdaging krijg en wat muller zand door mag. Vlak voor het dorp splitst de weg zich en ik rij bijna verkeerd. De nieuwe weg wordt om het dorp aangelegd, maar is duidelijk nog niet af, ik sta stil en manoeuvreer mijn motor naar de weg aan de rechterkant van de splitsing. Nog geen paar honderd meter rij ik op deze weg als het gebeurt. Er komt een witte auto mij tegemoet en plotseling wordt deze ingehaald door een donkergrijze wagen. De bestuurder ziet mij kennelijk niet en vervolgt zijn inhaal manoeuvre. Ik weet niet wat ik moet doen, hij blijft verder naar mijn weghelft rijden, zo ver, dat ik er rechts bijna niet meer langs kan. De weg is wel breed genoeg voor ons drieën maar als ik nu naar links uitwijk, hij mij ziet en ook die kant op gaat dan gaat het echt fout. De bestuurder geeft echter geen krimp, ik zie de auto recht op mij afkomen. Hij doet niets, dus ik moet iets doen. Hij rijdt nog steeds verder naar mijn rechterkant dus besluit ik naar links uit te wijken, met het gevaar dat hij op het laatste moment daar toch ook nog voor kiest. Ik red het net niet, dat had ik al verwacht, hij raakt mij, ik hoor de crash, het schrapende geluid en dan val ik. Ik voel direct pijn in mijn rechterbeen die onder de motor ligt en ik zie mijn rechter voortas iets verderop liggen. Ik krijg mijn rechterbeen vrij en hoop dat dat de pijn doet afnemen, maar met het vasthouden van mijn been voel ik meteen dat het mis is. Ik kan het de eerste seconde nog niet bevatten, maar de conclusie komt dan toch heel snel: ik heb mijn been gebroken, en niet zo’n beetje ook, ik voel hem bewegen, de botten zijn helemaal door.

Om mij heen komen auto’s tot stilstand, mensen lopen op mij af. Ondertussen heb ik met de dodemansknop mijn motor al uit weten te zetten, daar kan ik nog net bij. Nu zit ik daar en kijkend naar de weg die ik net bereden met mijn gebroken been tussen mijn handen. Ik stort in, besef meteen dat dit het einde van mijn reis is…

De mensen om mij heen hebben intussen de motor overeind gezet. Ik zie niet veel schade, alleen het ruitje is gebroken en mijn voortas is afgescheurd. De andere helft van de mensen richt zich tot mij: ‘opstaan’, zeggen ze, ‘opstaan!’ Dat gaat niet, probeer ik duidelijk te maken tussen mijn tranen door, maar ze begrijpen het niet. “Broken’, roep ik, ‘my leg is broken’ en maak ondertussen, mijn been even loslatend, een brekend gebaar met mijn handen. Nog geen begrip. Ik huil verder met lange teugen. Weer hoor ik opstaan, opstaan! Dan zeg ik: ‘doctor, ambulance’ en dat komt blijkbaar aan. Niet dat mensen iets doen. Ik vraag herhaaldelijk of de ambulance gebeld is. Een man naast mij zegt van wel. Hij lijkt mij enigszins te begrijpen. Ondertussen heb ik gezien dat de man die mij heeft aangereden zijn auto heeft geparkeerd. Hij staat al een tijdje tussen de menigte, opvallend gekleed in een rood t-shirt en blauwe baseballcap. Ook de man van de witte auto staat stil, hij is er ook. Ik ben inmiddels uit mijn jas geholpen en heb mijn helm af kunnen doen. Ik zit daar maar, huilend met mijn been in mijn handen, ben doodmoe en niemand doet verder iets. Het is een vreemde gewaarwording. Als ik van mij af kijk, zie ik de schoonheid van de omgeving waar ik vandaag kom De zon schijnt vrolijk op de weg en de zandbergen, die goudgeel oplichten. Ik voel de tevredenheid en de rust die ik een half uur geleden nog had en die nu, in de tijd van een paar minuten is omgekeerd in verdriet en wanhoop. Mijn stemming wisselt zich af tussen emotie en daadkracht. Tussen het huilen door vraag ik en geef ik opdrachten. Een vreemde gewaarwording.

Dan komt de ambulance, er stapt een fleurige dame in kort jurkje uit en een man die wel iets van een medische achtergrond laat zien. Ze willen mijn laars uittrekken, maar dat vind ik geen goed idee. Ik dring echter niet tot ze door. Ik blijf herhalen, dat mijn been gebroken. Zij willen alleen maar mijn laars uittrekken. Ik begin weer te huilen, de fleurige dame staat naast mij en zegt: ‘doctor very good’, maar de dokter doet helemaal niks dan een beetje appelig om zich heen kijken. Ik word er nog wanhopiger van. Dan is de dame het blijkbaar zat, haalt een spuit en zet hem in mijn arm. Niet dat dat iets brengt. Ik blijf weigeren mijn laars te verwijderen, dan kant echt niet. Ik heb het vermoeden dat ze nog steeds niet snappen wat er aan de hand is als ze mij op de brancard willen tillen. Er word niks gedaan behalve de injectie dan. Geen spalk, geen enkele andere ondersteuning. Dan gaan ze tillen. O, wat doet het pijn. Ik moet weer mijn eigen been stabiliseren. Wel kan ik eindelijk gaan liggen, nu verwacht ik hulp. De ambulance is een oud busje, de brancard past er net in. Als ik in de ambulance lig, blijven we daar nog even staan. Ik maak van de gelegenheid gebruik om de mensen buiten te vragen om een paar dingen van mijn motor af te halen. Als eerste mijn SPOT. In mijn broek heb ik geld, pasjes en mijn paspoort. Dat is wel genoeg voor nu. Ook roep ik om de politie en wijs naar de dader. Net voor de aankomst van de ambulance vroeg ik al naar de politie en niet veel later zag ik de dader en de man van de witte auto wat van de rest van de mensen weg lopen voor een overleg. De eigenaar van de witte auto reed daarna weg. Ik roep dan ook nog door het raampje: ‘politie waar is de politie’ en wijs naar de man in het rode shirt. Dan gaan de deuren dicht en de ambulance komt in beweging. Ik gil het uit, mijn been ligt daar geheel onbeschermd als de auto in beweging komt op de hobbelweg. Ik zit binnen no time overeind en pak mijn been vast. Elk hobbeltje voel ik en ik kan niet anders dan dat laten horen. Het lijkt eeuwig te duren voordat we het ziekenhuis terrein op rijden, maar eindelijk stopt de ambulance. Iedereen stapt uit, ik begrijp nog iets van ‘er moet een vertaler komen’ en dan is iedereen weg en lig ik hier alleen. Ik ben totaal verbijsterd, had hulp verwacht, maar nee hoor, ik lig hier achter in een ambulance met de deur open, en iedereen loopt weg. Af en toe lopen er wat mensen langs die het ziekenhuis komen bezoeken. Mijn been doet pijn. Ik ben weer gaan liggen, maar dat hou ik niet lang vol. In mijn gevoel na een kwartier, twintig minuten, als ik al huilend ‘help me, help me please’ roep, komt er een man naar mij toe die toevallig voorbij loopt en helpt mij overeind zodat ik mijn been weer vast kan houden. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ik graag mijn telefoon uit mijn motor wil hebben. Ik wil iemand kunnen bellen. Hij schijnt mij te begrijpen en zegt zoiets van: ‘ik zorg er voor’ en loopt richting de uitgang. Nog geen tien minuten later is hij terug, maar mijn blik is meer gericht op de persoon die naast hem aan komt rennen met mijn telefoon al zwaaiend in haar handen. Het is Sara, de Zwitserse die ik eergister heb ontmoet in de B&B waar zij en haar man ook waren. Ik ben nog nooit zo blij geweest, er valt een pak van mijn hart. Er is echte hulp! Iemand die mij begrijpt en misschien iets beter kan doordringen bij het medisch personeel. Opeens staat er nog een dame naast mij, ze spreekt Engels. Ik ben gered…

Dan gaat het snel. Michael de man van Sara komt ook aanlopen en ik word eindelijk uit de ambulance getild waarna een niet geheel pijnvrije tocht naar de tweede verdieping volgt, via de trap op de brancard. Als het niet zo’n pijn deed, zou ik heel veel mee lijden met de mannen die mij hoog moeten dragen.

Eerst een foto, blijkt. De staat van het röntgen apparaat valt mij mee. De dame die hem bedient niet. Ook zij wil de laars zo uittrekken, maar gelukkig is daar Sara, de pitbull en zorgt er voor dat er een schaar en een mes komt om mijn laars te verwijderen. Mijn motorbroek is gelukkig zo wijd dat hij gespaard kan blijven, maar mijn lange onderbroek moet er ook aan geloven. Dan moet ik stil liggen met mijn been en dat is lastig als ie niet echt goed ondersteund wordt. Ik voel hem doorzakken op de plek waar hij gebroken is. De verpleegkundige wil dan nog een foto van de zijkant en dat geloof ik graag, maar dat gaat hem niet worden. Op deze foto is al duidelijk te zien wat er aan de hand is. Snappen ze het nu dan eindelijk?

IMG_2541

Ik word verder getransporteerd naar de zaal, waar alleen ik lig. De dokter wil best wel wat doen maar ik heb inmiddels contact met de Nederland gehad. Ik had er even geen enkel besef bij dat het in Nederland pas 07:30u is, zondagmorgen. Iedereen slaapt nog, ik kreeg niemand te pakken. De eerste die wel opnam was Leonard, hij is onderweg naar zijn werk, maar zegt het alarmnummer te gaan bellen van de NKBV, mijn verzekering. Niet veel later krijg ik toch ook mijn broer te pakken. Ik heb ook de alarmcentrale al aan de lijn gehad, het gaat lopen. We zijn er snel over uit dat ik zo snel mogelijk terug moet naar Nederland. Ik moet geopereerd worden en dat zeker niet hier. Dat wil zeggen dat ik eerst naar Bishkek, de hoofdstad moet zien te komen en dan naar het vliegveld. Volgens Bakhtygul Chorobaeva, de dame die voor mij alles vertaald, zijn er mogelijkheden per taxi en eventueel per helikopter. Dat laatste graag! Ze gaat weer bellen en komt met slecht nieuws. De vluchten worden uitgevoerd door militairen en die zijn er twee dagen niet. Een taxirit duurt negen uur, dwars door de pampa en dat zie ik even niet zitten. Het is wachten op wat er in Nederland geregeld kan worden. Het is bellen, wachten en tussendoor komt dan ook de politie voorbij. Ze vragen zeer gedetailleerd naar het ongeval, ik moet verklaringen schrijven in het Engels. Ze gaan en komen. Steeds met wat meer nieuws. De man die mij heeft aangereden was er niet meer toen Sara en Michael op de plek van het ongeval arriveerden. Er was eigenlijk niemand meer. Michael heeft ondertussen mijn motor naar het politiebureau gereden, hij doet het dus nog. Ook heeft hij mijn grote Ortlieb tas en de inhoud van de tanktas bij zich zoals ik had gevraagd. De rest blijft hier. Ik kan niet alles meenemen. De politie is hard op zoek naar de dader. Ze hebben naar zeggen de omliggende dorpen uitgekamd.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het duurt uren voordat er in Nederland iets op touw is gezet. Dat heeft te maken met het gedoe om de aansprakelijkheid voor alle kosten. Het blijkt dat mijn reisverzekering niet in aanmerking komt en dat mijn ziektekostenverzekering het overneemt.

Tegen de avond, na afwisselend bezoek van de Politie en de vele telefoontjes, arriveert opeens de politie weer en heeft twee mannen bij zich: de man met het rode t-shirt en de man uit de witte auto. Ze zijn uit zichzelf naar het ziekenhuis gekomen en zijn zichtbaar enorm nerveus. De politie vraag de dader om een verklaring en uit de vertaling blijkt dat hij exact hetzelfde verteld als dat ik heb gedaan. Ik slaak een zucht van verlichting. Van de politie heb ik te horen gekregen dat ook ik volgens hun wet verkeerd heb gehandeld omdat ik naar links ben uitgeweken. Het argument dat ik geen keus had, omdat het anders een frontale botsing zou zijn geweest, kwam niet aan. Nu de man aangeeft dat hij inderdaad naar mijn uiterst rechterkant bleef rijden, hoop ik, dat het duidelijk is dat ik uit noodweer heb gehandeld.

Het blijft duren voordat er uiteindelijk duidelijk wordt dat een helikopter vlucht zeer onwaarschijnlijk wordt. De Alarmcentrale heeft het geprobeerd om vanuit Bishkek iets te organiseren. Inmiddels heeft Bakhtygul al een taxi geregeld. Door de komst van de dader wordt alles een beetje vertraagd, hij staat er op nog het een en ander voor mij te kopen, of eigenlijk doet een vriend of familielid, dat is mij niet duidelijk, dat voor hem. Hij zegt niet veel, maar is duidelijk aangeslagen.

Ik weet niet wat de gevolgen zijn voor hem. Van Bakhtygul begrijp ik dat ongevallen zoals deze normaal onderling opgelost worden, maar omdat ik een buitenlander ben, is het behoorlijk gecompliceerd. Ik kom er niet achter of hij een verzekering heeft, maar als ik tussen de regels door luister dan is dat niet het geval. De kans dat ik deze man ruïneer door dit ongeval is groot. Ik overleg met Sara en besluit een verzachtende verklaring af te leggen, zodat er hopelijk geen grote persoonlijke gevolgen ontstaan. Bakhtygul kijkt mijn aan als ik haar vraag dit te vertalen en ik zie opluchting in haar ogen en in die van de vriendenkring van de dader. Ook de politie haalt even adem. Voor hun was het erg moeilijk en nog steeds, ze moeten dit verder blijven onderzoeken. Mijn motor moet ook bij hun blijven totdat er een expert uit Bishkek is langs geweest. Bakhtygul zegt dat ik op de laatste dag van de ramadan geheel naar deze denkwijze heb gehandeld en dankt mij ook nog.

Nu kan ik dan eindelijk klaar worden gemaakt voor vervoer. Nog steeds lig ik zonder spalk op een ziekenhuisbed, inmiddels wel met een onderbeensteun. Ik ga in het gips en er moet een behoorlijke dosis lidocaïne in. Ze hebben gewacht met deze actie totdat de taxi er zou zijn. Eerst komt de spuit. Sara leidt mij af, het is een joekel en gaat precies op de plek van de breuk in mijn been. Dan komt het minder fijne deel: gipsen. Dat gebeurt nog op de ouderwetse manier: er wordt verband vermengt met poedergips, laagje voor laagje en met het hele gevaarte komt de verpleegster dan binnen voor de laatste te waterlating. Nu moet mijn been worden opgetild. Met Sara als commandant (ze heeft in het leger gewerkt bij de geneeskundige troepen en dat is merkbaar) voel ik mij wat zekerder, maar pijn doet het toch. Er wordt een spalk aangelegd alleen aan de zijkanten van mijn been. Ik hoop dat het voldoende is. De dokter blijkt toch wel enigszins iets te weten van zijn vak heb ik al eerder gemerkt. Dan volgt het transport naar de taxi. Bakhtygul heeft de grootste auto geregeld die er te vinden is en de chauffeur heeft een matrasje in de auto gelegd. De tocht naar beneden gaat met wat angst en beven als ik de man die naast mij staat hoor snuiven en de alcohol lucht mijn neus bereikt. Het is de oudere man die met de dader mee kwam en mij overladen heeft met eten en drinken. Hij voelt zich blijkbaar geroepen om mee te helpen. Ik ga echter met mijn hoofd naar beneden de trap af en heb het gevoel dat hij het niet lang meer gaat redden. Gelukkig doet hij dat wel en lig ik dan uiteindelijk in de taxi.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik kan Sara, Michael en Bakhtygul niet genoeg bedanken voor hun hulp. Ze zijn de hele dag bij mij geweest en hebben alles geregeld. Ik kan mij gezegend rekenen. Sara en Michael vertelden dat ook zij de fietsers en Poolse motorrijders waren tegen gekomen de vorige dag en van hun wisten dat ik een uurtje op hun voor lag. Toen ze Kazarman binnen kwamen rijden en mijn motor daar verlaten zagen staan, wisten ze dat er iets niet in orde was. Eerst dachten ze dat ik door de politie was meegenomen, maar toen kwam de man vanuit het ziekenhuis om mijn telefoon te halen en heeft hun ingelicht. Het valt niet te beschrijven wat er door mij heen ging toen ik Sara zag…

Inmiddels staan ook de tassen in de taxi en het eten wat Michael nog voor mij heeft gehaald. Omdat ik verwacht negen uur hier te liggen en niet naar de WC kan, heb ik al de hele dag niets gedronken. Michael heeft zelfs nog een reuze pamper voor mij gehaald voor je weet maar nooit. Ik ben nu geheel voorbereid op de tocht. Als de taxichauffeur weg rijdt, merk ik dat het gips niet alles opvangt. Er zitten mega kuilen in de weg en bij de eerste schreeuw ik het al uit. De taxichauffeur is niet bepaald gewend om als ambulance te rijden. Hij schrikt zich wild en stopt zodat ik kan gaan zitten en mijn been kan ondersteunen op deze hobbelweg. Ik zie het al voor mij: 9 uur zo zitten, maar gelukkig wordt de weg gladder, of begint de Lidocaïne zijn werk te doen?

Na een uur of drie krijg ik een telefoontje: er komt een ambulance ons tegemoet rijden. Ik moet blijkbaar per ambulance naar een ziekenhuis in Bishkek gebracht worden, anders dekt de verzekering het niet. Over drie uur, ‘stap’ ik over.

Het is al een beetje licht aan het worden als we de plek bereiken waar de wissel plaats vindt. Het is in Kochkor. Ik word vriendelijk begroet door de drie ambulance medewerkers. Een ervan doet zijn uiterste best om een gesprek aan te gaan met de paar woorden Engels die hij kent. De ambulance ziet er in ieder geval veelbelovend uit, helemaal niet zo ouderwets, vergeleken met wat ik tot nu toe heb gezien. De wissel is niet geheel pijnloos, maar gelukkig hebben ze een ‘moderne’ brancard op een onderstel met wieltjes. Ze gaan professioneel te werk. Het stuk erna was minder. Zo’n ambulance rijdt niet echt geriefelijk en de bestuurder is er meer op bedacht om ergens snel aan te komen dan behoedzaam. Gelukkig doet de verpleegkundige zijn uiterste best om het het beste van te maken. Dank zij google translate hebben we hele conversaties. Ik lig nu achterstevoren in de auto in plaats van in de rijrichting zoals in de taxi en het wordt langzaam licht. Op een gegeven moment zie ik een prachtig meer in het ruitje achter mij. Misschien wel het meer waar ik heen wilde… Ondanks de vermoeidheid en de afleiding is het moeilijk om mijn lot te aanvaarden. De tranen blijven los zitten.

Drie uur later komen we aan in het traumacentrum van Bishkek. Om eerlijk te zijn zag het ziekenhuis in Kazarman er mooier uit. Ook hier moet ik wachten voordat ik naar binnengereden word. Er is wel direct een arts maar weer wordt er niets gedaan. Ik moet wachten op een tolk. Alweer. Foto’s worden er wel alvast gemaakt. Dit ziekenhuis en de ambulancedienst is ingezet vanuit de alarmcentrale van mijn ziektekostenverzekering. Ik ben regelmatig in contact met of iemand in Nederland, of met een tussenpersoon in Rusland die de communicatiebrug vormt tussen NL en Kirgizstan. Maar iets gaat er niet goed, want het is duidelijk dat de artsen hier niet weten wat ze met mij aan moeten. Dat resulteert in een verplaatsing naar een zaal, die hier wel bomvol ligt. De verpleegkundige van de ambulance met wie ik nog enigszins kan communiceren probeert ook nu te helpen, maar het mag niet baten. Zijn dienst zit er ook nog eens bijna op. Weer voel ik mij verloren, midden in een miscommunicatie situatie. Buiten de inmiddels wisselende mensen bij de Nederlandse alarmcentrale en de arts in Rusland, belt nu ook de tolk. Ze is er over een half uur. Dat duurt nog even dus. De tijd begint te dringen. De vrouw die naast mij ligt, ook ten gevolge van een ongeval blijkt later, blijkt uitstekend Engels te spreken en dat brengt iets. De ambulance verpleegkundige die nog wel aanwezig is (inmiddels is mijn google translate maatje al weg), begint te begrijpen wat ik nodig heb: een fit to fly verklaring en nieuw gips. Beiden worden echter categorisch geweigerd. Ik snap er niks van. Er volgen weer enkele telefoontje (moet er niet aan denken hoe mijn rekening er uit gaat zien) en eindelijk na een uur of twee (de tolk is nooit gearriveerd in het ziekenhuis) is er een doorbraak: ik krijg de verklaring, over de gips doen ze nog moeilijk.

IMG_2542 IMG_2544

Mijn broer en schoonzus hebben inmiddels een vlucht voor mij geregeld, maar daar moet ik fit genoeg voor zijn. In de praktijk betekent het, dat ik weliswaar met de rolstoel naar het vliegtuig vervoerd kan worden (is ook geregeld), maar dat ik in het vliegtuig mij zelf moet kunnen verplaatsen. Dat betekent: met krukken lopen. Die heb ik dus ook nog nodig. Voor nu is het belangrijk dat het gips goed genoeg is om mij met krukken te kunnen verplaatsen en dat is met de spalk alleen aan de zijkanten van mijn been niet echt het geval. De botstukken bewegen nog te veel. Ik kan dit alleen moeilijk duidelijk maken. Opeens dringt het tot mij door, dat ze vooral geen gedonder willen. Als ik zeg, dat ik overal voor teken als zij dat gips anders willen aanleggen, verandert de sfeer en kan er opeens wel wat. Niet dat er een ander gips wordt aangelegd, er komt alleen een extra ‘flap’ achtlangs te lopen. Niet ideaal, maar ik moet het er mee doen. Ik krijg het gips, en een document waarvan ik vermoed dat dit het fit to fly papiertje is en mag weg. Het voorstel, of eigenlijk is het geen voorstel maar vaststelling is, dat ik naar de ambulance post ga en vandaar naar het vliegveld. Ik weet dat vanaf nu alles voor mijn eigen kosten komt dus probeer er achter te komen wat de kosten zijn. Dat blijkt zo een karwei dat ik het er maar bij laat. Nog een paar uurtjes en ik ben (hopelijk) ergens in de lucht. Dat vooruitzicht maakt mij opeens weer zo verdrietig…

De tocht terug naar de ambulance wordt ingezet en na een ritje van een kwartier kom ik aan op de ambulancepost waar eindelijk de tolk ook blijkt te zijn. Beetje laat. Het is een alleraardigst meisje van een jaar of twintig met wat te weinig levenservaring. Ze is echt lief, maar reageert een beetje zoals de fleurige dame van de ambulance in Kazarman. Erg manisch: ‘het komt allemaal goed hoor, het is hier zo fijn, alles is achter de rug’.

Als ik alvast probeer het traject naar het vliegveld te regelen, wordt dat afgedaan met niet belangrijk, komt allemaal goed, kopje thee? Nou dat graag, maar ook heb ik graag mijn rit geregeld. En ik heb nog krukken nodig. Daar heb ik in het ziekenhuis al om gevraagd en zonder krukken ga ik een groot probleem krijgen, misschien wel een weigering van de vlucht. Het meisje ziet de ernst van de situatie niet echt in en blijft roepen: komt allemaal goed hoor. Dat van die krukken komt ook echt goed als de arts en eigenaar van de private ambulancedienst met honderd dollar van mij op zak er op uit gaat voor een paar krukken en daar na een tijdje dan ook mee terug komt. Zo, nu kan ik misschien even wat anders aantrekken. Ik heb inmiddels mijn tassen al omgepakt. In mijn ortlieb heb ik nog een rugzak. Die gaat mee het vliegtuig in. De rest gaat in mijn grote ortlieb tas. Mijn motorpak zit in een grote blauwe tas van Ikea (ideaal die tassen). Ik heb een schoon kledingsetje klaar gelegd en kan nu met die krukken mijzelf een beetje gaan opfrissen. Inmiddels lig ik al van gistermorgen in deze kleding. Wel fijn, dat voelt een stuk beter. Nog steeds drink ik niet veel. Er staat mij een vliegtraject van tien uur te wachten, met overstap in Moskou. In de vliegtuigen kan ik zeker niet naar de WC, alleen op de luchthavens. Inmiddels heb ik wel iets kleins gegeten, maar dat viel niet echt lekker. Ik weet niet of het van het eten kwam of van het feit dat even rechtop heb gezeten, maar ik werd even behoorlijk misselijk.

Relatief schoon en iets mobieler verhuis ik van het kamertje naar de ingang van de ambulance dienst. Wat mij betreft handelen we de financiële zaken af en gaan we naar het vliegveld. Beide zaken duren en duren. Weer dat eeuwige optimisme, komt allemaal wel goed hoor, maar ik zie de tijd wegtikken. Om 16:20u gaat mijn vlucht, ik moet twee uur van te voren aanwezig zijn en het is een half uur rijden. Het is kwart voor twee als ik om de rekening vraag en een regeling voor het vervoer. Er wordt omheen gedraaid en ik begrijp dat zij het vervoer zelf willen uitvoeren met de ambulance. Ik krijg geen enkel inzicht in de kosten. Nu blijkt de ambulance ook nog weg te zijn voor een inzet. Om twee uur ben ik het zat en vraag nu wat dringender naar vervoer. Ik wil een taxi. Het duurt nog een half uur voordat we uiteindelijk in een privé auto stappen en naar het vliegveld rijden. Ik ben behoorlijk opgelaten. Het meisje blijft lachen en ‘het komt goed’ roepen. Halverwege worden we aangehouden door de politie. We reden blijkbaar te hard, de chauffeur, een van de ambulance mannen of duty, moet uitstappen. Ik probeer kalm te blijven, kan toch niets veranderen aan de situatie, maar bij het eerstvolgende ‘komt wel goed’ kan ik het niet laten om onomwonden duidelijk te maken wat er gebeurt als ik deze vlucht niet haal en hoeveel geld er mee gemoeid gaat. Dat maakt mijn toch wel lieve tolk wat nederiger.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ze is verder echt geweldig hoor en dat blijkt zeker als we bij het vliegveld arriveren. Binnen korte tijd heeft ze iemand geregeld met een rolstoel en dan gaat ze achter het inchecken aan. Mijn ikea tas moet ingewrapped worden en ik mag daarvoor nog extra betalen omdat ik eigenlijk maar een tas mag meenemen. Geld maakt mij even niets uit en ik betaal de extra vijftig euro zodat ik verder kan.

IMG_2547

We zijn laat, ik word direct naar de gate gereden. Wel vraag ik de rolstoelbestuurder of hij nog even een tussenstop maakt bij het toitet. Daar is de WC schoonmaakdame nog hard bezig, maar laat mij binnen. Dit is mijn enige kans op een WC bezoek voor de komende vijf uur en ik baal dan ook als ik zie dat er alleen hurktoiletten zijn. Dat gaat um echt niet worden. De schoonmaakster ziet direct het probleem en reageert geweldig. Ze pakt haar emmertje met sop, helpt mij mijn broek naar beneden te doen en doet het emmertje tussen mijn benen zodat ik staand kan plassen. Oef wat een opluchting. Beiden liggen we in een deuk om deze creatieve oplossing en ik neem afscheid van haar met een enorme knuffel. Op naar het vliegtuig. Daar waren ze voor mijn toilet bezoek al klaar voor ‘boarding’ en hebben al die tijd op mij moeten wachten. Ik moet als eerste het vliegtuig in. Als het goed is, heb ik een extra stoel tot mijn beschikking zodat ik mijn been kwijt kan. En zo is het ook. Alles loopt gelukkig vrij soepel, het personeel is echt super lief. Ik zit, naast mij is er een plek vrij en daarnaast zit een jongeman waar ik wel medelijden mee heb omdat mijn been een beetje uitsteekt. Als ik eindelijk zit, komen de tranen weer. Ik kijk naar buiten en besef dat ik nu echt Kirgizië ga verlaten. Het liefst was ik het vliegtuig uitgerend. Stilletjes zit ik al kijkend naar buiten te huilen. Het is een feit; De reis is voorbij…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Please follow and like us:
WP2FB Auto Publish Powered By : XYZScripts.com